‘Wij hebben het mooiste beroep van de wereld’

JOURE

Bij hoge uitzondering heeft de Jouster Courant een kijkje achter de schermen mogen nemen bij de ambulancepost in Joure. De verslaggeefster van deze krant mocht een aantal uur meedraaien met verpleegkundige Nienke en ambulancechauffeur Douwe. In het verhaal worden de situaties zo algemeen mogelijk beschreven om de patiënten te anonimiseren. Het geslacht van patiënten, namen en leeftijd zijn om die reden uit het artikel gelaten want ‘de patiënt is heilig’.

Daar ontstonden zogenaamde ‘grijze gebieden’. De aanrijtijd naar bijvoorbeeld Terhorne duurde langer dan de toegestane vijftien minuten. De vereiste 95 procent werd niet gehaald. Een post in Joure bleek een oplossing. Nu blijven ze net onder de Europese eis. De Fryske Marren blijft voor het aanrijden een lastig te behalen gebied. Door de omvang van de meren is de aanrijtijd vaak langer dan voorgeschreven.

Op de ambulancepost wordt gewerkt met 24 uurs diensten. Twee personen zijn een etmaal achtereen inzetbaar. De dienst begint om acht uur ’s ochtends. Iedereen is minstens een kwartier eerder aanwezig om zich om te kleden en om de materialen in de auto te controleren op aanwezigheid en houdbaarheid. De koffie pruttelt en het is gezellig aan de lange tafel. De sfeer ademt meer dan alleen collega’s. Het lijkt een familie zoals ze met elkaar praten. ‘De overdracht ’s ochtends is het enige moment dat je even rustig met je collega’s praat’, zegt Nienke. De dagen bestaan soms uit veel wachten. In die tussentijd houden zij zich bezig met verschillende klussen zoals de post en de auto schoonmaken, administratie bijwerken. Ook lopen regelmatig leerling-verpleegkundigen of -chauffeurs mee lopen.

De vorige dienst had vijf uitrukken tot 23.00 uur. De hulpverleners konden daarna rustig slapen. Een ‘droomscenario’ vindt Nienke, het gebeurt namelijk met regelmaat dat wij er ’s nachts voor een spoedrit uit moeten. We hebben op de post elk een eigen slaapkamer. Als wij een oproep over de portofoon krijgen dan hebben wij twee minuten om wakker te worden, aan te kleden en in de auto te zitten om op pad te gaan. Je bent dus ook ’s nachts alert.

Aan de wand hangt het menu van restaurant Bistro Fred. Het ambulanceteam kan iedere dag voor 16.00 uur hun bestelling doorgeven. Deze periode kunnen ze kiezen uit onder andere rode kool, Salade Niçoise en pasta met kip. Maar het is altijd de vraag of de maaltijd kan worden genuttigd. ‘Dan zie je het bord uit de keuken komen en dan krijg je een melding. Gelukkig zijn er afspraken gemaakt dat wij op een later tijdstip terug kunnen komen om alsnog het eten op te eten. Ze houden het voor ons warm.’

Na de overdracht controleren ze de ambulance. De monitor en spoedtas komen bij iedere uitruk uit de auto. Nienke kijkt of de inhoud van de tas nog compleet is. De ambulancepost is nu drie jaar actief in Joure. Het is het tweede jaar dat ze 24-uurs diensten draaien en het eerste jaar van het nieuwe gebouw aan de Morseweg. Tien vaste verpleegkundigen en chauffeurs vormen het hart van de post. Douwe en Nienke zijn goed op elkaar ingespeeld. Nienke werkt zeventien jaar op de ambulance als verpleegkundige, Douwe veertien jaar als chauffeur. Nienke is de eindverantwoordelijke, maar ze hebben elkaar nodig om een goed team te vormen. Douwe maakt medicatie klaar en Nienke dient het toe. ‘Nienke hoeft alleen maar haar handje op te houden’, grapt hij. Dan serieus: ‘Als zij niets hoeft te zeggen, dan weet ik dat ik mijn werk goed doe.’

Rond tien uur komt een melding binnen voor besteld vervoer bij Balk, een B2. ‘Een B2 rit heeft geen haast. We kunnen dus rustiger naar de ambulance lopen om het ritje te doen’, legt Nienke uit. Besteld vervoer wordt via gebiedsbeschikking geregeld. Volgens Douwe zegt deze melding dat de post in Koudum het druk heeft. Het is rustig op de weg. De wind beukt tegen de ambulance. Regen klettert op het raam. Achteruit parkeert Douwe op de oprit van de twee-onder-één kapwoning.

Nienke en Douwe stappen uit en halen de brancard uit de ambulance. De patiënt ligt in bed in de woonkamer. Met hulp van het ambulancepersoneel wordt de patiënt handig op de brancard getild. Familieleden hebben de papieren gereed voor behandeling in het ziekenhuis van Sneek. Nienke stapt achterin bij de patiënt. Ze keuvelen over van alles en nog wat onderweg. Aangekomen in het ziekenhuis had de patiënt nog wel langer door willen kletsen: ‘We waren nog lang niet uitgesproken’.

Beide hulpverleners maken gemakkelijk een praatje. Douwe vindt dat de hulp verder reikt dan alleen met handelen. ‘Je ziet vaak de opluchting al als wij aan komen lopen’, zegt hij. ‘De kleding heeft al een kalmerende werking op de mensen. Je ziet ze denken: nou komt het goed. Terwijl dat niet altijd zo hoeft te zijn.’

De ambulance rijdt terug naar Joure. Koud op de post aangekomen, is er een A2 rit. Dat betekent spoed, maar zonder de sirenes. Na de rit moet de ambulance schoon gemaakt worden op de post in Leeuwarden, omdat de rit daar is geëindigd. Alles gebeurt volgens protocol. Elk draadje, knopje en scherm wordt gepoetst. ‘Dit valt nog wel mee’, zegt Douwe. ‘We hebben ook te maken met de ziekenhuisbacterie. Dan moet echt alles worden door de handen. Als we het van te voren weten, bij bijvoorbeeld een B2, dan halen we de dingen er alvast uit die we niet nodig hebben.’ Het is een drukke dag. Terwijl Douwe en Nienke in Leeuwarden zijn, klinken nog drie meldingen voor Joure op de radio. Andere ambulanceposten worden ingezet.

‘Wij hebben een bijzondere band met elkaar’, zegt Douwe op de terugweg over zijn collega’s. ‘Je maakt ook hele andere dingen mee dan in een andere beroepsgroep. Je hebt letterlijk iedere dag te maken met leven en dood. Dat schept zeker een band. Wij hebben het mooiste beroep van de wereld’, zegt hij met trots. ‘Het is toch prachtig dat je het verschil kan maken? Jazeker is het soms zwaar en vies werk. Maar de voldoening die je ervoor terug krijgt is zo groot.’

Brenda van Olphen


Auteur

admin