Recensie | Voedingsbodem: De Verenigde Staten

Joure

Na de Tweede Wereldoorlog geraakte ons land meer dan ooit onder de invloedssfeer van de bevrijders. Marshallhulp, muziek, film, en literatuur uit het land van de onbegrensde mogelijkheden leken in het naoorlogse Nederland niet meer stuk te kunnen.

Deze empathie voor de Verenigde Staten zou ervoor zorgen dat veel “Amerikaans eigen” in ons land ingeburgerd zou raken, zoals de vertaalde ‘Gouden Boekjes’ en in 1952: ‘Donald Duck’, om slechts enkele zaken te noemen. ‘Stripglossy nummer 6’ komt hierop terug in een artikel, terwijl van Joost Swarte zijn ‘New York Boek’ verschijnt. ‘Stripglossy nummer 6’. Uitgeverij Personalia Leens. In alweer de zesde uitgave van kwartaalblad ‘Stripglossy’ bewijst het periodiek dat het hard op weg is de overige strip- en stripinformatiebladen de loef af te steken. Zo staat in dit nummer Aimée de Jongh centraal, tekenares van de krantenstrip ‘Snippers’, de graphic novel ‘De terugkeer van de wespendief’, en van animaties onder anderen voor ‘De Wereld Draait Door’. Ook is er aandacht voor de andere opkomende tekenares van onder anderen ‘Tom Poes’: Henrieke Goorhuis. Van haar staat een persiflagestrip in het magazine: ‘Beterman’. Aardig is de aandacht die het blad schenkt aan de 65-jarige ‘Donald Duck’. In februari 1951 had marketingman Bartel van de Velde een afspraak met de heer Dan Folke van het Deense Gutenberghus. Zij gaven onder de naam ‘Anders & Co’ een Disney-tijdschrift uit waarin Donald Duck de titelheld was. Van de Velde was zo enthousiast dat vervolgens de toenmalige uitgeverij ‘De Geïllustreerde Pers’ het blad hier ook wilde uitbrengen. Op 22 oktober 1952 verscheen de eerste uitgave, bij ons ‘Donald Duck’ geheten. Maar liefst 2,5 miljoen exemplaren werden gedrukt en grotendeels verspreid onder de Nederlandse jeugd. Het zowel in kleur als zwart-wit gedrukte gratis aangeboden weekblad sloeg meteen aan. Zo begon het tijdschrift eerst als bijlage van “het verantwoorde” damesblad ‘Margriet’, om daarna als zelfstandig tijdschrift verder te gaan. Op het eerste nummer zien we Donald in een rood(!) jasje met om zijn pols één van de te winnen polshorloges van de wedstrijd binnenin het blad. Het margrietje in de linkerbovenhoek geeft de band aan met de ‘Margriet’. Het ‘Vrolijke weekblad Donald Duck’ is nu al 65 jaar niet meer weg te denken uit de Nederlandse samenleving. Het eerste nummer waarin Donalds beroemdste verhaal staat: ‘Donald Duck als brandweerman’ , waarin hij zich te midden van Amerikaans brandweermaterieel hoopt te profileren als een “super talent” kent momenteel dan ook een hoge sentimentele waarde. In ‘Striplossy’ staat het lange Donald Duck-verhaal ‘Donald Duck. Klopjacht op een Duckie’, een herdruk uit het 2500ste nummer dat in week 36 van het jaar 2000 van de persen rolde. Alles draait hierin om de o, zo dure eerste ‘Donald Duck’ uit 1952 waarbij oom Donald de schrik om het hart slaat als hij leest hoe hij het er destijds vanaf bracht… Verder staan onder anderen de vervolgen van de series ‘Saul’, ‘Lucky Luke’ en ‘De meimoorden’ in deze o, zo diverse Stripglossy. Joost Swarte: ‘New York Boek’. Scratch Books Amsterdam. ISBN 978 94 92117 59 5. Op 21 februari 1925 verscheen het allereerste nummer van ‘The New Yorker’ opgericht door Harold en Jane Grant. Opzet was om in het weekblad New Yorks culturele leven in beeld te brengen, alsmede politiek, reportages, kritieken en commentaren. Humor en lichte ironie zouden het tijdschrift, dat tegenwoordig 47 maal per jaar verschijnt(!), een eigen gezicht moeten geven. Cartoons en spraakmakende omslagen moesten daartoe bijdragen. Zo kon het gebeuren dat grafisch ontwerper, striptekenaar, illustrator, architect, letterontwerper en initiator van de tweejaarlijkse Stripdagen in Haarlem Joost Swarte (Heemstede 1947) in 1996 benaderd werd door het toonaangevende blad met de vraag of hij hieraan een bijdrage wilde leveren. Dit gebeurde (Swarte: “Als je gevraagd wordt een rol te spelen in zo’n publicatie is er maar één antwoord mogelijk: Yes!) met als gevolg dat de kunstenaar tot op heden meer dan 450 tekeningen voor het blad zou maken, schetsen, illustraties, ‘spots’ en omslagen. De cover ‘Summer Reading’, tevens het omslag van dit boek, wordt door Swarte als volgt omschreven: “Als de zon schijnt boven New York, is er ook schaduw. Een streep licht tussen de gebouwen door valt op een lezer wiens leven veelkleurig is: een spotlight op de literatuur’. Deze illustratie van hem zou in 2008 bekroond worden met een Award of Excellence door het Amerikaanse vakblad ‘Communication Arts’. In ‘New York Boek’ bundelt Swarte zijn bijdragen, te beginnen in 1996. Ze zijn voorzien van een nummer dat correspondeert met het nummer bij de schetsen, die voorafgingen aan de uiteindelijke tekening. Ook ontbreekt correspondentie met de redactie over de uit te werken opdracht niet. Swarte werkt zich in door het lezen en analyseren van een artikel of verhaal waarbij de tekening moet komen. Al schetsende ontstaan veelal weer nieuwe ideeën, waarna hij overlegt met de beeldredacteur van The New Yorker welke schets hij zal uitwerken. Zo is dit boek een weergaloos interessant kijk- en leesboek geworden! Nu staat al vast dat er ook interesse bij buitenlandse uitgeverijen bestaat voor dit boek. Swarte heeft het boek opgedeeld in drieën: ‘Chronologie’, een tijdlijn met alle schetsen voorafgaande aan de illustraties, ‘Etalage’, alle illustraties voorzien van een toelichting, alsmede een tweetal essays, en ‘Appendix’, de illustraties, die het om de één of andere reden niet gehaald hebben. In zijn inleiding verwoordt Joost Swarte het als volgt: “The New Yorker neemt geen genoegen met minder en ik ook niet”. In zijn “klare lijn”-tekenstijl, overigens de benaming die Swarte zelf heeft verzonnen en wereldwijd overgenomen is, zien we veelal iets liefelijks dat bij nadere beschouwing toch een diepere, soms meer duistere bodem kent. Het repeteren van beelden doet soms vaag denken aan die andere grote Nederlandse kunstenaar Maurits Escher, hoewel diens wiskundige principes op totaal andere wijze uitgewerkt zijn. Joost Swarte heeft ‘New York Boek’ opgedragen aan zijn grote idool Art Spiegelman, de tekenaar die elf nummers van ‘Raw Magazine’ liet verschijnen waarvoor Swarte aan alle nummers bijdragen mocht leveren. Dit blad van Spiegelman (ook bekend van de ontroerende graphic novel ‘Maus’!)zou de opstap betekenen voor Swarte naar The New Yorker. ‘New York Boek’, een uiterst interessant boek voor strip- en niet strip-liefhebbers, voor liefhebbers van grafisch werk en voor diegenen die het grillige, hectische Amerika uit de periode 1996-heden er nog eens op na willen slaan. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen