Recensie | Stripbiografie over Nick Cave

Joure

Dinsdag 3 oktober verscheen de stripbiografie ‘Nick Cave, Mercy on me’, waarna Nick Cave op vrijdag 6 oktober optrad met zijn begeleidingsband The Bad Seeds in een uitverkochte Ziggo Dome.

Het concert verliep vlekkeloos, iets dat in het verleden wel eens anders geweest is. Zou de biografie uiteenzetten waaróm Cave ooit een doembeeld voor menige zaaleigenaar was? Reinhard Kleist: ‘Nick Cave, mercy on me’. Uitgeverij Scratch. ISBN 978 94 92117 76 2. Hoewel Duitsland relatief weinig internationaal bekende striptekenaars heeft voortgebracht, mag Reinhard Kleist (1970) daarop een uitzondering heten. Met name zijn graphic novels waarin hij de levens van beroemdheden zoals Johnny Cash, Fidel Castro en Elvis Presley weergeeft, werden alom geliefd. Zo vond Kleist het in 2013 tijd worden te beginnen aan een stripbiografie rond het Australische enfant terrible Nick Cave. Hij had Cave backstage ontmoet tijdens een optreden op een Berlijns muziekfestival, waar de muzikant niet onwelwillend stond tegenover Kleists voornemen een boek aan hem te wijden. Nadat er een aantal pagina’s af was, begaf Kleist zich naar een Londense studio waar hij de bladzijden en de verhaalstructuur voorlegde aan de artiest. Hoewel Nick Cave zei het plan “prima” te vinden, had Reinhard Kleist meteen door dat hij het verhaal op een andere manier te lijf moest gaan. Tijdens de briefwisseling, die zou volgen, ontstond een script waarin op een mythologische, legendarische manier leven en welzijn van Nick Cave naar voren kwam. In de graphic novel ‘Nick Cave, mercy on me’ komen we in vijf hoofdstukken fragmenten tegen uit het leven van Nick Cave. Zo is daar zijn jeugd in Australië in het kleine gehucht Warracknabeal waar het bandje ‘The Boys Next Door’ opgericht wordt. Om beter en anders te klinken dan de op dat moment in zwang zijnde punkbands zoals ‘The Sex Pistols’ en artiesten zoals ‘Roxy Music’ en David Bowie vertrekt de band, nu onder de naam ‘The Birthday Party’, naar Londen. Drank, drugs, een obscene levenswandel en al even buitenissige optredens worden hun deel. In hoofdstuk twee ontmoeten we Kylie Minogue, de zangeres met wie Cave zijn grootste hit zal beleven: ‘Where the wild roses grow’. In het daaropvolgende derde hoofdstuk komen we Nick andermaal tegen, ditmaal in Berlijn waar hij en de zijnen, die zich ondertussen ‘Nick Cave & the Bad Seeds’ zijn gaan noemen, bijna aan de geneugten van de gespleten stad ten onder gaan. Hoofdstuk vier beschrijft Nicks conflictueuze situatie met het gerecht, andermaal in de Britse hoofdstad, en zijn vrijwillige aanmelding bij een afkickkliniek. Het laatste hoofdstuk leest als een Apocalyps wanneer Nick, nu als rijper iemand, zoals het ooit bluesartiest Robert Johnson voor ogen stond, verleden, heden en toekomst over de hekel haalt. De biografie Echte fans, kenners van het werk van Nick Cave, zullen met dit boek helemaal uit hun dak gaan. De niet-kenners zullen met name genieten van het prachtige tekenwerk in Oost-Indische inkt en proberen de tekst tot zich te nemen. Een lastige taak voor oningewijden. In het boek van maar liefst 328 bladzijden komen we namelijk telkens teksten tegen van songs en als men die niet kent… Het woord ‘biografie’ vind ik licht misplaatst. Uit wat voor gezin hij kwam, hoe hij was als lagere schoolkind, hoe en of hij het verlies van zijn zoon Arthur zou verwerken die te pletter viel van een klif, wanneer hij verhuisde naar Brazilië, zijn scheiding, en het ontbreken van alle data zoals geboorte en jaren van optredens, zijn zaken die onvermeld blijven… Hoogtepunt voor mij is ongetwijfeld ‘Where the wild roses grow’ waarin fictie en realiteit door elkaar heenlopen. Nick lijkt zich een Vliegende Hollander te wanen, die niet weet of zijn liefde al dan niet beantwoord gaat worden. Een zeer goed verzorgd boek, zeker aan te raden voor ingewijden in het oeuvre van de nu zestig jarige, die nu eindelijk de geestelijke rust lijkt te hebben gevonden, die hij decennia lang moest ontberen. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen