Recensie | ‘Wat je gelooft is waar’ en overig werk uit de Bommelsaga van Marten Toonder

JOURE

Wie de uitspraak ‘Wat je gelooft is waar’ voor het eerst hoort, kan daardoor meteen op het verkeerde been gezet worden. Welke filosoof citeerde ook al weer deze tekst?

Wel, een eenvoudige van geest… niemand minder dan Wammes Waggel, de levensgenieter uit de Bommelsaga. In zijn nieuwe boek stelt auteur Pim Oosterheert: “Deze wat simpele figuur doet soms de diepzinnigste uitspraken, waarschijnlijk in zijn onschuld. Maar laten we niet vergeten dat de uitspraak tenslotte niet van Wammes Waggel is, maar van zijn schepper Marten Toonder en dan weten we : er zit meer achter…!” Wat er zoal achtersteekt, komt de lezer te weten in Oosterheerts nieuwste boek: ‘Wat je gelooft is waar’ met als ondertitel ‘wijze woorden uit het leven van een heer’, uitgebracht door uitgeverij Cliché. In de serie ‘Alle verhalen van Olivier B.Bommel en Tom Poes’ verschenen bij uitgeverij De Bezige Bij de bundels 8, 17 en 35. Pim Oosterheert: ‘Wat je gelooft is waar’. Uitgeverij Cliché Maarssen. ISBN 978 90 826938 7 4. Dat de taaltuin van Marten Toonder vol schatten ligt, is bekend. Oosterheert gaat in zijn nieuwste boek op zoek naar de schoonheid van de taal in Toonders werk. Hoewel hij refereert aan twee eerder door hem geschreven boeken ‘De Breinbaas van Bommelstein’ en ‘Zeg nu zelf’, is ‘Wat je gelooft is waar’ een boek dat in alle opzichten afwijkt van de hier aangehaalde boeken. Teksten zijn totaal herschreven, het beeldmateriaal is uitgebreid, en het formaat van het boek is nu “des Heren”. In zijn voorwoord stelt de auteur dat de actieve taalschat van veel Nederlanders er niet op is vooruitgegaan, reden om “onze grote schrijvers in ere te houden”. Toonder, die ondanks de meer dan 40.000 tekeningen die hij maakte voor het Bommel-epos de taal als geen ander heeft verrijkt. Was de voorganger ‘Zeg nu zelf’ een boek dat bol stond van de citaten, dit nieuwe boek kent hiernaast verhandelingen, die interessant zijn voor diegenen, die meer willen dan enkel een verhaal lezen over “een beer en een poes” om het maar oneerbiedig te zeggen.  Zo komen onder meer aan bod: de afkomst van Heer Bommel, Bommel als opvoeder, Bommel en geld, Bommel en het andere geslacht, het gezag, de ligging van het stadje Rommeldam, de zielszorg, het adeldom, de geneesheren, het geboefte en het zeeschap .Echter ook de zwarte kunsten, schone kunsten, en de bronnen van Marten Toonder: Carl Gustav Jung, de Chinese filosofie Tao, de Keltische mythologie en de invloed van de Bijbel op de Bommelverhalen komen aan bod. In de negentien opvolgende hoofdstukken wordt telkens een item aangegeven,  bijvoorbeeld dat van het bevoegd gezag in Rommeldam. Het taalgebruik van de gezagsdragers komt vervolgens aan bod in vele citaten, die ontleend zijn aan de 177 verhalen van Heer Bommel en de zijnen. Zo lezen we bij het gezag bijvoorbeeld: ‘Denken?’ herhaalde de korporaal eerste klasse verschrikt. ‘Maar dat is overbodig en zelfs gevaarlijk in het leger! Een goed militair denkt niet, maar doet precies wat zijn meerdere beveelt..’ En in de rechtszaal valt het volgende op te merken: ‘Stilte!’ schreeuwde de rechter. ‘In deze zaal wordt niet geschreeuwd!’ ‘Wat je gelooft is waar’ is een welkome aanvulling voor iedereen, die alert gemaakt wil worden op het fenomenale taalgebruik van Marten Toonder! Dat de lezer de verhalen, dan wel een gedeelte hiervan heeft gelezen, strekt echter tot aanbeveling! Zoals we van uitgeverij Cliché gewend zijn is de uitvoering van dit lijvige boek er één zoals er zijn mag! Grafisch oogt het boek optimaal waarbij de indeling speels van opzet is; de vele illustraties zorgen voor zowel de nodige informatie als afwisseling! Het omslag is weer van de hand van de “huistekenaar” van de uitgeverij, Tim Artz:  Heer Bommel staat te oreren waarbij een bril hem uitkomst biedt en hij  de gasten duidelijk weet te boeien, hoewel de markies de nodige scepsis in acht neemt…  zoals altijd… Alle verhalen van Olivier B.Bommel en Tom Poes Het eind is in zicht van de serie, die in het jaar 2008 aanving en precies tien jaar later, in 2018 met deel 60 voltooid zal zijn, een prestatie van formaat. Alle illustraties worden gedigitaliseerd, indien nodig gerestaureerd, en de teksten gecorrigeerd op inconsequenties en taalfouten.  Ieder deel in het liggende formaat, oblong, kent een blauwe linnen rug met goudbelettering. Per deel worden drie of vier verhalen uit het Bommel-epos weergegeven. Marten Toonder: 8 ‘Een struise gestalte’. De Bezige Bij. ISBN 978 90 234 6411 2. In de drie verhalen uit de Jaren 1947 en 1948 overschrijdt Toonder inhoudelijk al het niveau van een stripverhaal voor de jeugd. In ‘De nieuwe ijstijd’ is professor Sickbock voornemens de aardas te laten kantelen om zo aardgasbellen, olielagen en andere grondstoffen onder de polen toegankelijk te maken voor winning. In ‘Tom Poes en het monster van Loch Ness’ wil Toonder waarnemingen over onbekende levensvormen aan het licht brengen. Hierin komen we voor het eerst professor Prlwytzkofski tegen. ‘Tom Poes en de geheimzinnige sleutel’ kent een bedroefde heer Bommel doordat deze zijn vermogen en Bommelstein kwijt raakt door een verkeerde speculatie in aandelen van een goudmijn op Costa Crica. Het geld is weg en dan is een heer geen heer meer… Met de vliegtuigkaping in dit verhaal was Toonder zijn tijd ver vooruit! Marten Toonder: 17 ‘Met vooruitziende blik’. De Bezige Bij. ISBN 978 90 234 6421 1. In ‘De Klokker’ haalt heer Bommel een ‘grootvaders klok’ van zolder, om deze na een angstig avontuur waarin hij ontdekt hoe gevaarlijk het is zeeën van tijd te hebben, terug op zolder te plaatsen. In ‘De Pruikenmaker’ wordt heer Bommel dankzij de pruik van Harewar een briljant violist. Helaas wordt de pruik door kwaad willenden echt misbruikt. In ‘De Spiegelaar’, evenals de twee vorige verhalen uit 1953, wordt bij het kijken in de spiegel links rechts en rechts links. Hoe betrouwbaar is het spiegelbeeld nu voor wie ervoor staat? Dan wordt heer Bommels spiegelbeeld, bestaande uit valse schijn, gestolen door dwerg Jodocus… In ‘Heer Bommel gaat vereeuwen’ uit 1954 belanden hij en Tom Poes te midden van de ‘hoog- en laagbrauwse twisten’. Meedogenloos haalt Marten Toonder uit naar pedagogen en ministeries van Onderwijs, die niets ophebben met stripverhalen… Marten Toonder: 35 ‘Par example!’ De Bezige Bij. ISBN 978 90 234 6341 2. Hebzucht, magie en wensvervulling vormen in ‘De wisselschat’ uit 1965 de boventoon in het eerste verhaal dat Toonder maakte in Ierland, waar hij was gaan wonen. Het loopt uit de hand wanneer heer Bommel aan Kwetal vraagt of deze een schat wil ontwikkelen voor zijn naar een schat gravende jonge vriend Tom Poes. Opeens zijn er meerdere kapers op schattenjacht… In ‘De grote Barribal’ uit 1966 wordt een onbetekenend iemand een groot leider van het volk, “een dwerg ziet men voor een reus aan”, aldus heer Bommel. Een vergelijking van de verkiezingsstrijd tussen Donald Trump en Hillary Clinton ligt voor de hand…  In ‘Het nieuwe denken’ neemt Toonder de opkomst van Provo en de Rolling Stones, die net waren opgetreden in het Scheveningse Kurhaus, waarbij de zaal bijna werd afgebroken, op de hak. Heer Bommel wordt onbedoeld het idool van de jeugd en moet zelfs voor ontrouwe fans vluchten… Bij alle drie boekuitgaven kennen de verhalen weer inleidingen van Wim Hazeu. Wil Raymakers maakte de fraaie illustratie-omslagen naar Marten Toonder. Koos Schulte

Auteur

Redactie