Recensie | Het verleden in strips voor kinderen

JOURE

Koning Arthur leefde in de zesde eeuw, kort nadat de Romeinse legioenen naar Italië waren teruggeroepen en Brittannië achterlieten als prooi van de naderende barbaren. Deze koning die aan het hoofd zou staan van de ridders van de Tafel Ronde zou als een legendarische vorst de geschiedenis ingaan.

Niet in de laatste plaats door de vele nevenfiguren zoals de naar de Graal zoekende ridder Parcifal, Arthurs grote steun Lancelot, ziener Merlijn, en de kleine wijze hofnar Guy. Het is in deze duistere tijd dat scenarist Marc Legendre Johan, ‘De Rode Ridder’, zijn avonturen laat beleven. De Rode Ridder, die al in 1959 uit de tekenpen vloeide van Willy Vandersteen, waarna in de loop der jaren vele andere tekenaars en scenaristen de edele ridder zijn avonturen zouden laten beleven. Sedert album 250 uit 2016 is dat de Italiaan Fabio Bono (1971), die op zijn beurt de Duitse illustrator Claus Scholz afloste. Roelof Wijtsma brengt de tijd van de Noormannen tot leven in ‘Ivo en de vikingszoon’, terwijl Suske en Wiske teruggaan in de tijd van de Mona Lisa in ‘Het Monamysterie’. Willy Vandersteen, Marc Legrendre & Fabio Bono: ‘De Rode Ridder 255. De heks en Merlijn’. Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 25859 6. Ook in dit deel neemt het goede het weer op tegen het kwade. De gewetenloze Malfrat benoemt zichzelf tot nieuwe landman van een rustig boerendorp door zijn voorganger te vermoorden. Allis, een jonge vrouw is de enige die het tegen hem durft op te nemen. Wanneer Johan haar ontmoet gaat hij met haar de strijd aan. Johan en Allis trekken de bergen in, ontmoeten gevaarlijke tegenstanders waaronder zowel rondtrekkend gespuis als dieren en weten elkaar te behoeden voor gevaar. Echter ook Malfrat bevindt zich in deze woestenij van sneeuw. Op Camelot, het legendarische kasteel van Koning Arthur, zit Merlijn in de problemen. Na de helse tocht door de sneeuw komen Johan en Allis aan bij deze burcht… Een prachtig getekend verhaal, waarbij de kaders telkens verschillend zijn, hetgeen een filmisch, flitsend effect heeft op het verhaal. De warme inkleuring van Dimitri Fogolin mag er zijn. Nadeel is dat het album deel uitmaakt van een serie en de lezer dus ook zowel de vorige dan de opvolgende delen zal moeten aanschaffen. Roelof Wijtsma: ‘Ivo en de vikingszoon’. Christelijke Tijdschriften BV. ISBN 978 9082 050 813. Onlangs recenseerde ik van Roelof Wijtsma het eerste deel van de vernieuwde ‘Roel Dijkstra’, een album dat naar meer smaakte. Zodoende besloot ik ‘Ivo’ te beschrijven, een al langere tijd geleden verschenen strip, die zich afspeelt rond het jaar 838, de tijd waarin onze contreien te maken hadden met de invallen van de Noormannen. Wanneer de Vikings een dorp gaan platbranden, wordt Ivo door hen meegenomen. De Jarl, de hoofdman, ziet in hem de nieuwe vriend voor zijn zoon Leif. De laatste moet echter weinig van hem hebben. Gaandeweg het verhaal komt de lezer de reden hiervan aan de weet. Ivo’s vader gaat op zoek naar zijn zoon, maar zal het hem lukken deze uit handen van de Noormannen te bevrijden , zo hij deze al treft? Wijtsma heeft een heerlijk begrijpelijk verhaal gemaakt dat kinderen van basisschoolleeftijd zeker zal aanspreken. De Vikingen komen beter over dan ze in werkelijkheid waren, maar door ook een goede kant van hen te belichten is het verhaal als het ware “in evenwicht”. Wijtsma (1967) is een geboren illustrator, die het in zich heeft pakkende platen te tekenen in warm pastel, met daarin zowel humor als ernst. Als verbeelder van de geschiedenis is hij een aanwinst, zeker voor de strip! Willy Vandersteen: ‘Suske en Wiske 341. Het Monamysterie’. Standaard Uitgeverij. ISBN 978 90 02 26314 9. Om ‘Suske en Wiske’nu meteen als historische strip te betitelen gaat te ver. Echter om de zoveel tijd reizen de helden terug naar het verleden waar het avontuur wacht. De ene keer is het zeer geslaagd zoals ‘Sterrenrood’ waarin de tijd van de landverhuizers naar de Verenigde Staten verbeeld werd. Of terug naar de Middeleeuwen, naar de tijd van Jeroen Bosch in ‘De bibberende Bosch’. Ditmaal reizen de twee hoofdpersonages dankzij de Teletransformator van professor Barabas terug naar de tijd van de Mona Lisa, het beroemde portret dat Leonardo da Vinci rond 1500 schilderde . Museum het Louvre te Parijs heeft de professor om onderzoek gevraagd. De uitvinding van Barabas blijft echter hangen in het jaar 1911 waaruit blijkt dat het hier om een vervalsing moet gaan. Suske en Wiske moeten nu op zoek naar de echte Mona Lisa, omdat het onderzoek van Barabas nu wel een heel speciale wending heeft gekregen… Een aardig avontuur dat het niet haalt bij de hiervoor aangehaalde verhalen, omdat het verhaal zich grotendeels afspeelt in het begin van de twintigste eeuw; de tijd van de “echte” Mona Lisa komt nauwelijks aan bod. Toch zijn de huidige makers van Suske en Wiske , Peter van Gucht en Luc Morjaeu weer op de goede weg. De bladzij-indeling is alweer een stuk aangenamer dan dat van de eersteling op het nieuwe formaat deel 340 ‘Mami Wata’. Suske en Wiske komen er wel… Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen