Recensie | Marten Toonder: Het woord als gevoel

JOURE

Dit jaar startte voormalig Toonder Compagnie-medewerker Klaas Driebergen een eigen uitgeverij welke hij naar zichzelf vernoemde. Als groot bewonderaar van het oeuvre van Marten Toonder mag het dan ook geen verwondering heten dat zijn eerste pennenvruchten aan hem gewijd zijn.

Na ‘Heer Bommel en ik’ deel 1 van het vierluik ‘Het complete proza’ dat eerder dit jaar verscheen, ligt nu deel 2 in de schappen: ‘Het woord als gevoel’. Ditmaal een deel met essays over tekenfilm, taal, literatuur, kunst en maatschappij. Klaas Driebergen: ’Marten Toonder. Het woord als gevoel’. Klaas Driebergen. Amstelveen. ISBN 978 90 826855 1 0. Deze uitgave is alleen verkrijgbaar via de website: www.prozamartentoonder.nl. Driebergen verzamelde voor dit deel essays, voorwoorden, lezingen en ingezonden brieven om die vervolgens in te delen in zeven hoofdonderwerpen. In dit geval: tekenfilm, essays over collega’s, taalbeschouwing, literatuur, kunst, werken in oorlogstijd en maatschappij en techniek. Tekenfilm Bij het thema ‘Tekenfilm’ ging ik er op voorhand vanuit dat de samensteller deeltje 2 uit de serie ‘De wijze Jacob’: ‘Tekenfilm’ van Marten Toonder uit 1946 integraal zou overnemen, diens toenmalige visie op heden en verleden van dat medium. Maar nee hoor, er werd gekozen voor totaal andere items, zoals de toespraak welke Toonder hield voor de Nederlandse Filmdagen van 1986. Interessanter vond ik trouwens ‘De tekenfilm als televisiecommercial’. Waarom? Omdat Toonder deze verhandeling in 1958 schreef, in een tijd waarin de Nederlandse tv nog niet vergeven was van reclameboodschappen! Zo ziet hij het belang van geluid bij het filmpje al in en stelt hij eveneens dat “klanten prijs stellen op een tekenstijl die het stempel van hun artikel draagt en niet het stempel van de ontwerper”. Over collega’s De collega’s welke Toonder aanhaalt zijn de buitenlanders Walt Disney en Hergé en van zijn voormalige medewerkers Hans G.Kresse, Andries Brandt, Piet Wijn, Fred Julsing, Dick Matena en Jan Kruis. Frappant is Toonders mening over “de klare lijn”, anders gezegd de tekenstijl van bijvoorbeeld de Kuifje-verhalen: “Ik heb tien jaren gewerkt met de stalen pennetjes, die ‘tekenpen’ genoemd werden, ideaal voor architecten, koel en scherp”. Om te vervolgen met: “Kuifje heeft uitdrukkingsloze puntjesogen die worden veroorzaakt door ‘de klare lijn’, voor mij synoniem met de levenloze architectenlijn…” Over taal In ‘taal’ komen we het volgende citaat tegen: “Maar of ik een heer van stand ben, betwijfel ik, want ik gebruik wel eens een taaladviesboek…” Literatuurbeschouwingen In Toonders literatuurbeschouwingen worden harde noten door hem gekraakt over collega’s, die hij “conform een Heer” anoniem laat. Over (streek)romanschrijfsters stelt hij bijvoorbeeld: “Deze moedige schrijfsters grijpen niet al hun treurige stof uit het volle leven. Zij verzinnen er weleens iets bij; maar de zielenroerselen van hun kartonnen personages gaan niet veel hoger of dieper dan de sloten en akkers waardoor ze omringd zijn…” Hoe mooi Toonders eigen taalgebruik is, is algemeen bekend. Toch zou hij nooit een literaire prijs in de wacht slepen. Nadat Jan Wolkers in 1989 de P.C.Hooftprijs weigerde uit protest “onder anderen omdat Marten Toonder nooit literaire prijzen ontving” schreef de meester hierover in ‘NRC Handelsblad’ een ‘dankwoord’ dat hij beëindigde met: “Ik zou dit dankwoord aan de laatste dan ook willen besluiten met een woord van deelneming aan de eerste…” Hoe mooi kan taal zijn, waarbij de kwintessence van deze regel u ontgaat,omdat er meerdere zaken aangehaald werden… Over Douwes Dekker (Multatuli) stelt hij afrondend: “Het feit dat hij ten slotte toch erkenning gekregen heeft, is hoopvol – want het is een teken dat zijn blunderende held in vele mensen huist, hoewel hij er maar zelden uit komt”. De oorlogsjaren In de vijf essays welke betrekking hebben op de oorlogsjaren laat Toonder het achterste van zijn tong niet zien. Het satirische blad ‘Metro’ wordt belicht, waarbij hij stelt: “Metro was een uitdaging, en ook een afreageren van opgekropte gevoelens, zodat ik daar met groot genoegen mijn vrije tijd mee vulde, en soms zelfs de honger vergat.” Opvallend is verder de uitspraak: “Het is bevredigender te tekenen met haat, dan met gramstorigheid”. Over kunst In “Over kunst” staat een essay dat geschreven is voor museum ‘Het Mauritshuis’ waarin Toonder oreert over onder anderen Memling, Rembrandt,Vermeer en Steen om heel kritisch te eindigen met het werk van meester-vervalser Han van Meegeren: “En het enige wat ik in dit prachtige museum betreur is de afwezigheid van ‘de Emmaüsgangers’ van Van Meegeren. Het is niet voor niets dat zelfs Bredius dat stuk voor een Vermeer aanzag. Want ondanks de technische onvolkomenheden en fouten is er iets van een magie-element in te bespeuren…” En hoe mooi is Toonders kritiek uit 1993 op het schilderij ‘Witte burcht met drie torens’ van Harrie Gerritz, waarvan hij stelt dat het oorspronkelijk geschilderd is door Terpen Tijn (nb. de schilder uit het Heer Bommel-epos) door heel vilein een stripstrook te plaatsen naast een afbeelding van het kunstwerk van de maker! Maatschappij en techniek In 1987 schrijft Toonder een column voor ‘Schipholland’ waar ook het venijn weer in de staart zit: “Ik wilde alleen maar zeggen dat Schiphol, na enige steekproeven, een van de beste luchthavens ter wereld blijkt te zijn. Maar ik blijf erbij: zoals het vroeger was, wordt het nooit weer…” Zo is ‘Het woord als gevoel’ een boek geworden dat de literator, de woordkunstenaar, de filosoof aan het woord laat, hoewel velen hem “slechts” als een (strip)tekenaar beschouwen. Deze serie zal na voltooiing een welkome aanvulling blijken te zijn op Marten Toonders ‘Autobiografie’ en Wim Hazeus ‘Marten Toonder Biografie’. En eigenlijk ook op alle prachtige stripverhalen welke de meester ons heeft nagelaten! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen