Recensie | Mister Blueberry in een grote jas

Joure

In 1963 werd van scenarist Jean-Michel Charlier en striptekenaar Jean Giraud het eerste verhaal gepubliceerd van ‘Luitenant Blueberry’ in het Franse stripblad ‘Pilote’ waarvan Charlier in het jaar 1959 één van de medeoprichters was geweest.

Dit eerste verhaal ‘Fort Navajo’ zou de aanzet zijn van vele albums, die zo succesvol bleken dat de Franstalige verhalen doorverkocht werden aan stripbladen buiten Frankrijk. In Nederland was het ‘Pep’, de voorganger van stripblad ‘Eppo’, dat in het jaar 1968 dit eerste verhaal publiceerde. Veel jongeren van toen kunnen zich nu nóg de impact herinneren, die het zich voor, in en na de jaren van de Amerikaanse Burgeroorlog afspelende verhaal op hen maakte. Niet in de laatste plaats door het personage Blueberry, officier bij het Zeventiende Regiment van de Amerikaanse Cavalerie, die het vriend en vijand niet altijd gemakkelijk zou maken. Maar bovenal zichzelf niet! Met zijn kompaan Jimmy McClure, belandt de op filmacteur Jean-Paul Belmondo gelijkende Luitenant steevast in de problemen. In het eerste avontuur wordt hij door kolonel Dickson al snel omschreven als “een drinker, valsspeler, bedrieger, vechtersbaas, disciplineloos persoon en kankeraar…” Mike S.Donovan, zoon van een rijke plantage-eigenaar, zou zich Mike Blueberry gaan noemen nadat hij beschuldigd was van de moord op de vader van zijn geliefde. Tijdens de vier lange en bloedige jaren van de Amerikaanse Burgeroorlog zou hij bij het noordelijke leger van generaal Grant ten strijde trekken tegen zijn eigen broeders, de zuidelijken. Het is uitgeverij Sherpa, die de avonturencyclus uit de periode 1995-2007, ‘Mister Blueberry’ in een vijftal delen onder ieders aandacht wil brengen. Op groot formaat, in een oplage van slechts 450 exemplaren, en voorzien van linnen rug zijn de eerste twee exemplaren nu verschenen. En…. in zwart-wit om de precisie van het illustratiewerk zo goed mogelijk te doen uitkomen. J.Giraud & J.M.Charlier: 24 ‘Mister Blueberrry’. Uitgeverij Sherpa ISBN 978 90 8988 123 6 &: J.Giraud & J.M.Charlier: 25 ‘Mister Blueberry. Schaduwen over Tombstone’. Uitgeverij Sherpa ISBN 978 90 8988 124 3. De strip ‘Blueberry’ was tijdens zijn verschijnen één van de eerste strips, die we nu kunnen scharen onder het zogenaamd nieuwe realisme. De stripfiguren zijn mensen van vlees en bloed en gedragen zich daarnaar. Het kwade is in ieders gedraging aanwezig. Hoofdfiguren hebben het niet altijd voor het zeggen, maar delven ook het onderspit. Ook een held kan uitgroeien tot underdog. De tekenstijl Aanvankelijk tekent Giraud (1938-2012) nog realistisch, duidelijk beïnvloed door zijn leermeester Joseph Gillain bij wie hij getekend had aan ‘Jerry Spring’. Van hem had hij leren inkten, werken in zwart-wit techniek, de lijndikte bepalen en hoe documentatiemateriaal te gebruiken. Gaandeweg de serie zou Giraud zich meer met het scenario gaan bemoeien, waarbij hij aan Blueberry zou schaven, zowel innerlijk als uiterlijk. Zo ontstond de Blueberry zoals wij hem kennen: steeds min of meer ongeschoren, smerig, en met zijn karakteristieke gebroken neus… In de loop der tijd zou hij meer filmisch gaan tekenen: shots uit diverse hoeken, uitvergrotingen, dynamiek, en een afwisselende pagina-indeling. Hoe pijnlijk nauwkeurig hij op een gegeven moment te werk ging, is meteen duidelijk als de boeken geopend worden en de grote schutbladen in sepia zichtbaar worden. In deel 24: een canyon waar doorheen zich nietig en klein een escorte baant in een ruige onherbergzame versteende en steenachtige wereld; plaat 29B uitvergroot. Op de achterste schutbladen, een uitvergroting van plaat 19A: een westernstadje met paard en wagens, cowboys, saloons en veel, veel mensen… In deel 25 ontwaren we op het eerste schutblad het geboefte op een magistrale overzichtsplaat, een opgeblazen tekening van bladzijde 12A. De achterste schutbladen tonen Blueberry en de zijnen in een koets in een woest arcadisch landschap waar de elementen vrij spel hebben en de “indianen” weldra vrij spel hebben, een deelvergroting van plaat 34B. Misschien dat het scenario van beide boeken iets magerder is dan dat ten tijde van de jaren zeventig en tachtig, het illustratiewerk is van zeer grote klasse. Elk personage, man of vrouw is een toonbeeld van hoe een persoon er anno 1880 uitgezien zou kunnen hebben. Het groot formaat staat garant voor een heldere kijk op de pagina’s, pagina’s die opnieuw ingescand zijn. Hier en daar zijn potloodschetsen en de maatvoering nog zichtbaar en zelfs lijkt het erop dat een illustratie gedeeltelijk overplakt is, zoals plaat 16B van deel 25. De verhalen De journalisten John Campbell en Billy Parker reizen van Denver naar Tucson waar ze “de grote” Blueberry willen interviewen over diens levensverhaal. Ze belanden echter in een hinderlaag van Apachen, in de gaten gehouden wordend door enige dubieuze figuren. Ondertussen zit Blueberry zijn brood te verdienen, nu als beroepsgokker… Tot er een aanslag op hem gepleegd wordt! Wanneer Blueberry aan het revalideren is, wordt er in de omgeving van Tombstone een zilvertransport overvallen, waarbij de schurken zich vermomd hebben als indianen… Zo hopen zij opperhoofd Geronimo en zijn Apachen in een kwaad daglicht te stellen. Echter ook in de stad neemt een aantal cowboys het met de regels niet zo nauw. Ondertussen werkt Campbell aan het levensverhaal van Blueberry… Met deze zwart-wit editie van ‘Mister Blueberry’ heeft de kijker-lezer het mooiste Blueberry-epos in handen dat denkbaar is. Prachtig gebonden, subliem gedrukt alsof de pagina’s nog nat zijn van Oost-Indische inkt en geletterd op de wijze die Jean Giraud - die we overigens ook kennen onder het pseudoniem Moebius - voor ogen stond. Als extraatje heeft de uitgever ieder album voorzien van een op zwaar papier gedrukte prent van de voorplaat! Een heerlijke serie van een tekenaar, die model zou staan voor vele (western)tekenaars waaronder Michel Blanc-Dumont, die binnenkort een plaats krijgt binnen de uitgaven van Sherpa en waarop we dan zeker terugkomen! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen