Heel Joure jubelt mee met D.E.

Joure

Het carillon van de Jouster Toer is veelbesproken de afgelopen maanden. Met het stilvallen van de klokken dit voorjaar, waren de meningen verdeeld. De één vond het lekker rustig, de ander miste het geluid.

Achter die klokken hangt een lange geschiedenis. Op 28 mei 1953 schonk Douwe Egberts het klokkenspel aan de gemeente Haskerland. ‘Heel Joure jubelt mee met D.E’ stond die week dik gedrukt in de Jouster Courant. Op de foto staan mensen op het dak vanaf achterliggende huizen naar de Toer te kijken.

De fabriek bestond tweehonderd jaar en kreeg het predicaat Koninklijk. In het raadsbesluit van 1953 staat de symboliek uitgelegd. ‘Dit plan getuigt van de goede verstandhouding tussen de gemeente en dit voor de gemeente zo belangrijke bedrijf met ongeveer 1000 personeelsleden, waarvan in Joure rond 600 werkzaam zijn.’ En: ‘Dat deze beiaard voor nu en in de toekomst een klinkende getuige zal zijn voor een goede samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven.’

Het carillon bestond op dat moment uit 37 klokken en was ingericht voor handspel met een drie octaaf stokkenklavier alsmede met een complete installatie voor elektrisch-automatische bespeling op 35 klokken.

In de jaren daarna werden in de zomer carillonconcerten gegeven. In 1956 stelde het Plaatselijk Belang en VVV het publiek gratis in de gelegenheid om het concert in de tuin van het oude tehuis voor bejaarden te beluisteren. In 1959 kwam prinses Beatrix luisteren naar het concert. ‘Des middags om precies 3 uur arriveerde de Hoge Gaste met Haar gevolg in Joure en passeerde in matige snelheid de Midstraat, terwijl het carillon zijn vrolijke klanken over Joure liet horen.’

Diverse beiaardiers uit het hele land speelden van 1956 tot in de jaren ’70 in augustus en in september. Zo speelde op 10 augustus in 1961 tussen kwart voor zes en kwart voor zeven Hein de Ligt, de beiaardier van de Westertoren uit Amsterdam. In een oude advertentie is het programma te lezen. De Ligt begon met Rondeau van Matthias van der Gheyn, speelde daarna Nederlandse volksliedjes als ‘Daar ging een patertje langs de kant’ en ‘Daar boven uit het vensterke’, speelde de horlepiep, Au claire de la lune en sloot af met een improvisatie.

De interesse in het klokkenspel nam in de loop der jaren sterk af. In 1957, vier jaar na het plaatsen van het carillon, werd een manier gezocht om het opnieuw in het middelpunt van de belangstelling te plaatsen. Op de verjaardag van Prins Bernhard, op zaterdag 29 juni, kwamen de leerlingen van de vijfde en hogere klassen van de vier lagere scholen bij de Jouster Toer tezamen. De kinderen werden afwisselend begeleid door Concordia en de beiaardier. ‘Een gedeelte van deze liederen kan ook worden meegezongen door belangstellenden, zodat van een massazang kan worden gesproken’, staat in de oproep te lezen.

De culturele commissie bedacht daarnaast een luisterwedstrijd. Op een briefje moesten de kinderen noteren in welke volgorde de liederen werden gespeelden. Enkel de beiaardier en de burgemeester wisten wat er komen ging. De overige belangstellenden konden voor tien cent een wedstrijdformulier kopen. De Oranjevereniging stelde prijzen beschikbaar.

‘Dat de aanvaarding van dit jubileum-geschenk weliswaar gepaard zal gaan met enige verzwaring van de financiële lasten der gemeente (red), maar dat deze kosten gering zijn in vergelijking met het rijke bezit dat daartegenover staat.’ In februari van 1964 liepen de kosten al enorm op. De gemeenteraad besteedde achtduizend gulden aan een nieuw en beter systeem. Voor dat bedrag hoopte men ook het uurwerk te kunnen herstellen. Later dat jaar kwam als gevolg van de financiële positie van de gemeente, ook de jaarlijkse beiaardconcerten in gevaar. Het Plaatselijk Belang gaf geld en de concerten werden in juli van dat jaar weer voortgezet.

In 1966 besloten burgemeester en wethouders om het carillon elke woensdag- en zaterdagmiddag 45 minuten te laten klinken. ‘Voorts wordt het ook zinvol geacht om ook op de vierde donderdag in september (Jouster Merke) het aantal bespelingen uit te breiden. Voorgesteld wordt op die dag het carillon te doen bespelen van zeven uur (na het luiden van het merkeklokje) tot half acht, van acht uur tot half negen, van twaalf uur tot halféén en van één uur tot halftwee.’

In 1982 is het carillon uitgebreid met twee bronsklokjes voor het bedrag van 3300 gulden. Daarna is enkel onderhoud gepleegd aan het carillon. In september is de Jouster Toer overgedragen aan stichting Behoud Rijksmonumenten De Fryske Marren (BRM). Daarmee is ook de verantwoordelijkheid van het klokkenspel verschoven van de gemeente, naar de stichting. Tegenwoordig wordt het carillon alleen met speciale gelegenheden bespeeld zoals op Koningsdag door de beiaardier van de Martini Kerk in Sneek: Dirk S. Donker (76). En zo klinkt het jubileum van de fabriek nog steeds in Joure.

Dit artikel is tot stand gekomen met hulp van Historisch Werkverband Skarsterlân (HWS).

Auteur

admin