Recensie | Nieuwe strip(informatie)tijdschriften

Sneek

De afgelopen decennia ontstond er een welhaast complete kaalslag op het gebied van striptijdschriften voor volwassenen waarin tevens plaats was voor informatie over kunst in het algemeen dan wel specifiek gericht op het fenomeen “strip”.

Maandbladen als ‘Wordt Vervolgd’(1980-1989), een vertaling van het Franse ‘A Suivre’, het puur “Hollandse” ‘Titanic’ (1984-1989), en ‘De Toestand’ (1989-1991) beoogden informatie te verschaffen waarbij eveneens (vervolg)strips gepubliceerd werden. Hoewel er nog enige Nederlandstalige stripinfobladen bestaan waaronder ‘Stripschrift’ en ‘Brabant Strip’ is het prettig te vernemen dat er nieuwe initiatieven ontplooid worden om allround bladen op dat gebied aan de man te brengen. Waarmee dus bedoeld wordt: informatie alsmede strips bijeen, en fraai gebundeld! Uitgeverij Personalia uit het Groningse Leens is gestart met een fraai driemaandelijks te verschijnen blad op hoogwaardig papier. Dat het zodoende de naam ‘StripGlossy’ heeft meegekregen zal niemand verwonderen. Uitgeverij Scratch deed ‘Monster Stripblad’ verschijnen, een blad dat doet denken aan de (underground)stripbladen van weleer voor volwassenen ‘Gummi’ en ‘Tante Leny presenteert’ om er slechts enige aan te halen. ‘Monster Stripblad’. Uitgeverij Scratch, Amsterdam. Begin april werkten tien striptekenaars (Anne Stalinski, Merel Barends, Dace Sietina, Jeroen Funke, René Windig, Wasco, Peter de Wit, Eliane Gerrits, Lae Schäfer en Tommy A) een week lang onder de bezielende leiding van Wasco (Henk van der Spoel 1957) koortsachtig aan bijdragen voor een nieuw stripblad. Het tijdschrift ‘Monster Stripblad’ ligt nu in de boekwinkel, een blad dat vaag doet denken aan ‘Tante Leny’, zij het dat het ditmaal een kleurendruk kent. Subsidie van het Amsterdams Fonds voor de Kunst maakte deze uitgave realiseerbaar. Het blad met tal van cartoons en strips waarin veelal goedmoedige monsters voorkomen is voor het leeuwendeel gevuld met werk van Wasco zelf. Luchtig tekenwerk en extra luchtig als men het vergelijkt met de in plakkaatverf uitgewerkte tableaus van Dace Sietina. Aardig is de cartoon van Peter de Wit waarin hij zijn eigen creatie Sigmund op de korrel neemt. Van de cartoons valt op dat veel tekenaars hetzelfde uitgangspunt hebben genomen: een afschrikwekkende tante onder een bed, de zoektocht naar het geliefde monster onder een bed, ja zelfs… een striptekenaar onder een bed. Een aardig tijdschrift om kennis van te nemen, met, eerlijk is eerlijk, de gevestigde orde, Wasco, Peter de Wit en René Windig (die zelfs Heinz en Oom Wim nog even laat excelleren) als onbetwiste uitschieters. ‘StripGlossy’. Uitgeverij Personalia, Leens. Totaal anders is ‘StripGlossy’. Na het succes dat uitgever Seb van der Kaaden ten deel viel met zijn aan Bommel gerelateerde uitgaven, waaronder de ‘Bommel Glossy’ en de ‘Loeki de Leeuw Glossy’, vond de uitgever het tijd worden voor een meer all round striptijdschrift. Na schoorvoetend een nul nummer te hebben uitgebracht met algemene informatie over het “en nu verder…” verscheen dan eindelijk nummer 1. Hierin stond Daan Jippes, Disney-tekenaar en verstripper van Havank centraal. Liefhebbers van Dick Matena gingen uit hun dak met een niet eerder gepubliceerd kort Bommel-verhaal. Fred de Heij en Ger Apeldoorn verbeeldden het sfeervolle ‘Llewelyn Flint’,een negentiende-eeuwse avonturenstrip over een Britse bibliothecaris. In het tweede nummer is het Jan van Haasteren, een voormalig medewerker van de Toonder Studio’s die centraal staat. Zijn tekenwijze van ‘Kappie’ onderscheidt hem uit duizenden. Na voor ‘Sjors’ en ‘Eppo’ werkzaam te zijn geweest zou hij met zijn puzzels wereldwijd doorbreken: grote, drukke puzzels die de makers doen zweten, maar steevast een lach bezorgen als er een puzzel of deel daarvan klaar is. Van de detective strip van Alex van Koten, ‘Nick Name’ kon ik geen genoeg krijgen. Ook Matena is weer aanwezig: andermaal een kort Bommel-verhaal en de verstripping van een Kronkel (Simon Carmiggelt). Heel leuk is verder de strip ‘Beterman’ van Tim Artz, die eveneens veel werkzaamheden verricht voor de Toonder Studio’s. Nummer drie van ‘StripGlossy’ kent als hoofdpersoon tekenaar en scenarist Martin Lodewijk, de man die miljoenen een lach op het gezicht weet te bezorgen dankzij zijn ‘Agent 327’. Als scenarist van ‘Storm’, ‘De Rode Ridder’ en ‘January Jones’ wist hij telkens de spanning op te voeren. De Vlaming Kim Duchateau is de tweede hoofdpersoon in de glossy. In zijn korte strip ‘Esther Verkest’ speelt niemand minder dan Urbanus de hoofdrol! ‘StripGlossy’ nummer vier kent als hoofdredacteur Willem Ritstier, de winnaar van de Stripschapprijs 2017. Voor deze glossy schreef hij het scenario voor ‘Saul’, over een ten onrechte beschuldigde. Kusbiantoro maakte er prachtige, op de tekenstijl van Don Lawrence gebaseerde illustraties bij. Matena komt na vele jaren met een nieuw verhaal van ‘Lazarus Stone’, 15 bladzijden leesplezier! Het tot op heden meest recente nummer van ‘StripGlossy’, nummer vijf, kent na een essay over de aanpassing van Suske & Wiske, het leuke verhaal ‘Vermist’ van Leever en Leenders en een ontmoeting met Hans van Oudenaarden (‘Rhonda’, ‘Bob Evers’,etc.) een uitgebreide kennismaking met Eric Heuvel. Deze tekenaar, die momenteel alom zeer geliefd is vanwege zijn in klare lijn getekende hoofdpersonages ‘January Jones’, ‘Bud Broadway’ en zijn boeken over de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, verbeeldt in deze glossy ‘De meimoorden’. Andermaal een van a tot z boeiend nummer. Met ‘StripGlossy’ is er een interessant kwartaalblad verschenen, waarvan alle verschenen nummers nog verkrijgbaar zijn! De uitvoering is conform de naam, in glossy-vorm, en tekst en tekenwerk wisselen elkaar op prettige wijze af. In de jaren tachtig-negentig verscheen in Frankrijk: ‘Vécu’, een welhaast soortgelijk tijdschrift dat onder het motto van ‘geschiedenis is ook avontuur’ teksten op prettige wijze afwisselde met gedeeltes van op stapel staande stripalbums. Helaas zou dat tijdschrift het niet overleven! Hopelijk en denkelijk is dat lot dit schitterende strip- en essayblad ‘StripGlossy’ niet vergeven! Op de valreep nog één kanttekening: kan de vormgever de schreeuwerige prijscode voorop in het vervolg niet subtiel in een hoek op de achterkant plaatsen? Zowel de lezer als het fraaie blad verdienen immers een “supergave” vormgeving! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen