Fryske Marren zit met handen in onkruid

Joure

Gemeente De Fryske Marren zit met de handen in het onkruid. Invasieve plant- en diersoorten rukken in heel Friesland op. Berenklauw, Japanse Duizendknoop en Fonteinkruid zijn overal in grote getale te vinden.

Ziektes als de iepenziekte en de essentaksterfte teisteren de bomen. Van de eikenprocessierups zijn in de eerste telronde al 700 nesten gevonden. In 2016 waren dit over het hele jaar 160 nesten. ‘De invasieve soorten zijn landelijk enorm toegenomen’, zegt Ronald Stegink van Ruimtelijk Beheer De Fryske Marren. ‘Dat zijn soorten die hier van nature niet voorkomen’. De berenklauw en de Japanse Duizendknoop zijn in enorme aantallen uitgegroeid volgens Harm De Roo, teamleider wijkbeheer. Met name het fonteinkruid overwoekert. ‘Als je daar met een kano in vaart, dan kom je er lastig uit. De Japanse Duizendknoop kan een muurtje omver drukken. Een ander probleem is de iepziekte. Vorig jaar waren het 5 aangetaste bomen en nu zijn het rond de twintig. De wijkbeheerders van de gemeente doen hun best om het groen in de gemeente zo goed mogelijk te onderhouden, maar vooral in deze groeizame tijd van het jaar, is dat behoorlijk tijdsintensief en gaat het nog niet altijd zoals men zou willen. We mogen geen chemische middelen meer gebruiken om onkruid te bestrijden. Daarom komen steeds meer soorten die de kans krijgen om te groeien. Voorheen ging de plant dood en kwam deze niet meer terug. De wortels blijven daarmee intact en je krijgt veel sneller het groene beeld weer. Het vergt heel wat inspanningen om dat weg te krijgen. We hebben bezuinigingen om de oren gehad. Nu krijg je te horen dat ‘het vroeger allemaal beter ging’. Het is een combinatie van omstandigheden. Het is niet zo dat wij het gif terug willen hebben, helemaal niet, maar het is wel een andere manier van onderhoud. Het is zoeken naar de juiste frequentie en combinatie van methodes, met wijkbeheer en in overleg met de aannemer’.

De omvormingen van het groen moest de gemeente 350.000 euro opleveren. Deze doelstelling is gehaald. Maar met de bestrijding van de eikenprocessierups en de berenklauw komen daar weer kosten bij. Dat vergt meer van de wijkteams, tijd die ze minder kunnen inzetten in de wijken. Volgens Stegink en De Roo konden ze dit twee jaar geleden nog niet weten. Het is met name de eikenprocessierups die zorgen baart. In 2016 waren er 160 nesten over het hele jaar en nu bij de eerste ronde van drie zijn al 700 nesten ontdekt. De gemeente verwijdert alle gevonden nesten, maar de verwachting is dat in 2018 zo’n twintig keer meer nesten zijn als in 2016 als ze er nu niks tegen zouden doen. De Roo: ‘Bij ons was het probleem tot nu toe niet zo groot. In Drenthe zijn plaatsen met zevenduizend nesten. Het nieuwe bermenbeleid is ook een middel om deze rups tegen te gaan. Het hoge gras moet insecten aantrekken die de rups opeten. Maar voordat de resultaten te zien zijn, moet het ecosysteem zich minstens een jaar of twee hebben kunnen ontwikkelen’.

Het hoge gras is voor velen in De Fryske Marren een ergernis. Op de sociale media regent het opmerkingen. Het aantal officiële klachten is nul. Wel heeft de gemeente meldingen vijf á zes per dag ontvangen via de acht wijkbeheerders. ‘Maar die zijn niet allemaal gerelateerd aan het hoge gras’, zegt Stegink. Hoeveel meldingen over het nieuwe beleid binnen zijn gekomen, kan de gemeente niet vertellen. De meldingen via de sociale media zijn dan ook niet meegeteld als klachten. Wel lezen ze alle reacties op social media en nemen ook zoveel mogelijk contact op met de inwoners voor een oplossing.

De gemeente heeft een meldingssysteem waar de naam en telefoonnummer ingevuld moeten worden. ‘Facebook is laagdrempelig, maar heeft een domino effect. Een klikje op een duimpje is zo gebeurd. Het zegt niet zoveel. Een goed voorbeeld is de petitie tegen het afschaffen van de kapvergunning. Van de 5000 ondertekenaars, kwamen er 800 uit onze gemeente. Hiervan komt maar een handjevol op de informatiebijeenkomsten’.

De Roo: ‘De één vindt het minder mooi dan de ander. Dat is een kwestie van smaak. Buiten de bebouwde kom hebben de boeren hier wel last van. De beslissing is in samenwerking gegaan met de LTO. We maaien de bermen in het buitengebied, maar we doen geen extra rondes op de distelverordening na. Anders zijn we weer terug bij af. Als we nu weer gaan maaien, dan heeft het hele beleid geen zin gehad’. Stegink: ‘Onze bermen waren bijna hetzelfde als het weiland daarnaast. Dat is zo’n monotone cultuur dat het voor de natuur bijna geen waarde heeft. Het doet verder ook niks qua sfeer. Het is niet aantrekkelijk. Je krijgt straks veel bloemrijke bermen. Dus ik denk dat het voor de toeristen zeker een pluspunt zal zijn.’

Binnen de bebouwde kom wordt de eerste meter regelmatig gemaaid om de bermen steviger te maken. Volgens Van Brug zijn hier veel positieve reacties op gekomen. ‘Die meter uit de kant wordt als positief ervaren’, zegt ze. ‘Het ziet er ook mooi uit.’ De verwachting is dat binnen een jaar twintig procent meer soorten planten in de bermen te vinden is.

Het nieuwe beleid is inmiddels opgenomen in de kadernota. Een 150.000 euro per jaar wordt vrijgemaakt voor structureel onderhoud en aanschaf van nieuwe machines. Dit moet de beoogde biodiversiteit verder op gang helpen. De eerste machine is begin deze maand aangeschaft. Binnen de bebouwde kom ontstaat meer biodiversiteit en daarmee meer planten, insecten en vogels. ‘Dat is een gedachte die nog moet landen bij de bewoners’. Trycia Van Brug, communicatie De Fryske Marren: ‘Men is het gewend dat het strak en netjes is. Wel ontvangen we inmiddels veel complimenten over de korte strook langs de fiets- en wandelpaden met daarnaast de biodiversiteit’.

Bij het invoeren van het nieuwe beleid konden buurten ook kiezen voor zelfbeheer. In plaats van dat de gemeente gras ging planten in de perken, mochten bewoners de tuinen zelf onderhouden. In Lemmer zijn twaalf buurten inmiddels van start gegaan. Eén buurt had wel een zware start: de gemeente maaide hen het gras voor de voeten weg en ploegde de tuin omver. ‘Dat is fout gegaan’, zegt De Roo. ‘En we hebben het inmiddels hersteld. Maar met zo’n groot project zijn fouten onvermijdelijk’. Wijkbeheer helpt een drie buurten in Lemmer die de perkjes niet kunnen behappen. ‘Het is veel werk. Zeker in het begin als je nog veel onkruid hebt, dan moet je er actiever mee bezig zijn.’ In Joure zijn vijftien aanmeldingen binnengekomen voor zelfbeheer.

Een opvallende verandering is dat de meer perkjes verhuurd of verkocht worden. Mensen die geen zin hebben in contact met de gemeente met het zelfbeheer, willen de strookjes groen bij de eigen tuin betrekken.

Een ander onderdeel van het nieuwe beleid is de bomenkap en het vrijgeven van de kapvergunning. Een 3000 bomen hebben het loodje gelegd. Hiervoor zijn 1000 nieuwe exemplaren geplant. Het vrijgeven van de kapvergunning heeft het afgelopen jaar twee kanten opgewerkt. Voor het vrijgeven zijn alle monumentale en waardevolle bomen op een beschermde lijst geplaatst. Sommige bomen haalden de lijst net niet. Particulieren die jarenlang er tegenaan hikten om hun boom om te zagen, kapten deze nu wel om. Aan de andere kant missen de burgers het inzicht in de werkwijze van de gemeente. De Fryske Marren moest ook een kapvergunning aanvragen. De mogelijkheid om bezwaar te maken, is nu ook verdwenen.

Gemeente de Fryske Marren heeft brieven huis aan huis verstuurd en informatieavonden gehouden om haar inwoners te informeren. Toch waren veel inwoners verrast toen de omvormingen voor hun deur plaats vonden. ‘We hebben veel gecommuniceerd over de omvormingen’, zegt Stegink. ‘Het blijkt dat we veel beter moeten gaan uitleggen wát we gaan doen en waarom we het gaan doen. We zouden twee informatieavonden gaan houden, maar uiteindelijk zijn dit er veel meer geworden’. ‘Het wordt groener en daar moeten mensen aan wennen’, zegt Van Brug. ‘Het is een landelijke ontwikkeling. In gemeentes Heerenveen en in Súd West speelt precies hetzelfde.’

Het nieuwe beleid biedt ook kansen voor eigen initiatief. ‘Voorheen was daar ook wel ruimte voor, maar we stimuleren dit nu meer en geven er meer bekendheid aan’, zegt Van Brug. Zo is vorig jaar een bijenweide aangelegd in Goïngarijp, zijn nestkastjes voor zwaluwen geplaatst in Joure samen met de Fûgelwacht, komt een fruitboomgaard in Terherne en is de bijenweide in Lemmer nieuw leven ingeblazen. ‘We roepen iets harder dat het mag’.

Brenda van Olphen


Auteur

admin