Laatste damast uit de kast

JOURE

Tine Oosterbaan haalt dinsdag voor de laatste keer het damast uit de kast bij Museum Joure. Na tien jaar iedere zomer te hebben verteld over het tafelgoed, vindt ze het mooi geweest.

Zachtjes strijkt ze met haar hand over het oude textiel van het Nationale Ontbijtlaken van Ferwerda uit Groningen. De rand is afgewerkt met de Nederlandse vlag. Een oranje lijn benadrukt het Hollands glorie. In eerste instantie is de tekening in het midden nauwelijks te zien, totdat het licht langs het zijde strijkt. Een leeuw doemt op, vergezeld door de toren van Rhenen. En wie goed kijkt, ziet dat de leeuw het hakenkruis doorboort met een dolk. 'Holland uit het stof herrezen, zal opnieuw weer Holland wezen’ staat eronder geweven.

‘Ik sluit altijd af met dit laken’, zegt Tine Oosterbaan. ‘Het zijn niet de meest piepjonge mensen die mijn middagen bezoeken en velen herkennen dit laken dan ook regelmatig’. Het damast is vlak na de oorlog uitgegeven. Meer dan 29.000 exemplaren zijn er van gemaakt. Tine Oosterbaan heeft met de dochter van de ontwerper gesproken. ‘Zij vertelde mij dat hij vanuit Groningen naar de wever in Winterswijk is gefietst, met het ontwerp op zijn blote bast, onder zijn kleding. Dat was de enige manier om het te verbergen voor de Duitsers’.

Het verhaal van het ontbijtlaken is één van de velen die de textielkenner zo op kan lepelen. Al meer dan dertig jaar verzamelt ze damast. Toen ze in 2004 in Joure kwam wonen, benaderde ze Museum Joure met de vraag of zij nog een kabinet vrij hadden. Na drie jaar vond het museum een plek in Pand 99. En vanaf het begin kwamen mensen uit het hele land naar haar toe om te luisteren. Bezoekers namen eigen tafellinnen mee, waar Tine Oosterbaan wat over vertelde. Bezoekers die niets meenamen, maar wel meer wilden weten, nodigden de kenner thuis uit om te komen kijken.

‘Ik heb er zeer van genoten. Het waren hele gezellige middagen waar ik veel in kwijt kon. De meeste bezoekers waren vrouwen, maar als de man meekwam, dan was deze vaak enthousiaster dan zijn wederhelft.’ Een verhaal dat haar altijd bij zal blijven, is van een koopje in de kringloop. ‘Die mevrouw liet mij een 17e eeuws servet zien. Het was puntgaaf en de datum stond geweven in de rand. Mijn mond viel open van verbazing toen ze vertelde dat ze deze bij de kringloop had gekocht voor vijftig cent’.

Tine Oosterbaan heeft veel bewondering voor de wevers. Ze omschrijft hun werk als ‘ragfijn en puur handwerk’. Het oude ambacht blijft haar boeien. Meer dan duizend verschillende motieven heeft ze inmiddels in de kast. En de verzameling is nooit compleet. Een aantal keer per jaar loopt ze haar adresjes af, waar mensen speciaal voor haar tafelgoed onder de toonbank bewaren. Het meest bijzondere dat ze heeft gekregen, zijn vroeg 17e eeuwse servetten. Daarmee is de verzameling ooit begonnen.

Zelf gebruikt ze bij het avondeten een aantal andere servetten die ze dubbel heeft. ‘Gewoon omdat ik het leuk vind. Het blijft tenslotte een gebruiksgoed’.


Auteur

Redacteur