Recensie | De taal van Toonder

SNEEK

Iedereen die wel eens een (strip)verhaal van Marten Toonder heeft gelezen, zal geraakt zijn door zijn plastische taalgebruik.

Niet alleen zinsopbouw, woordkeus, gevleugelde uitdrukkingen en interpunctie maken het aangenaam voor de lezer om zijn werk tot zich te nemen, maar ook het fantastische waarin de wonderwereld van Toonder zich openbaart. Een wereld vol dualisme, goed en kwaad, lichaam en ziel, licht en duisternis; een universum waarin het bijzondere taalgebruik van de meester zich keer op keer manifesteert. Leest men bijvoorbeeld één of meer verhalen uit de 177 verhalen tellende Bommelsaga dan ogen woorden als minkukel, denkraam of breinbaas zodanig, dat ze meteen begrepen worden, terwijl de fantasiewoorden in de geest van Marten Toonder ontstaan zijn. Hoewel de hier genoemde woorden al enigszins ingebed zijn in ons taalgebruik, komt de aandachtige lezer duizenden lemma’s, (motto’s, lijfspreuken)in Toonders werk tegen. Historicus-neerlandicus Pim Oosterheert spitte vijf jaar lang het Bommel-oeuvre van Toonder door om vervolgens alle gegevens te bundelen in een lijvig boek, ‘Bommellexicon’, ‘Van Aamnaak tot Zwirkvlaai, 5000 lemma’s uit de Bommelsaga’, met als ondertitel ‘Taal van Toonder’. Nu is het boek terug in een ogenschijnlijk gewijzigde vorm. ‘Taal van Toonder’ staat nu zowel op de rug als voorop het nieuwe omslag in kapitale letters, met als ondertitel ‘Bommellexicon’. Inhoudelijk is het boek echter hetzelfde gebleken, inherent aan de eerste twee drukken. Volkomen nieuw is ‘Heer Bommel en ik’ van de hand van Klaas Driebergen, de neerlandicus en Bommelkenner, die al diverse uitgaven rond Marten Toonder op zijn naam heeft staan. Het is het eerste deel van een te verschijnen vierluik waarin het complete proza van Marten Toonder gepubliceerd wordt. Liefhebbers van het oeuvre van Marten Toonder kunnen met de hier aangehaalde boeken en met de ophanden zijnde uitgaven vele ongestoorde uren tegemoet zien! Pim Oosterheert: ‘Taal van Toonder. Bommellexicon’. Uitgeverij Cliché, Maarssen. ISBN 9 789082 426892. Wat het meest opvalt aan de gewijzigde heruitgave van ‘Taal van Toonder’ is het vernieuwde omslag van de hand van Tim Artz, de tekenaar, die exact díe momenten weet te traceren, welke wezenlijk zijn voor de inhoud van het boek. In dit geval zien we een montere heer Bommel, die, gezeten in zijn luie stoel, in Tom Poes een aandachtig gehoor vindt. Wammes Waggel is ook van de partij; hij mag de vele boeken brengen waarin heer Bommel excelleert, hoewel een struikeling voor de nodige onrust zorgt… Bediende Joost, die met een plumeau in de hand het gebeuren gadeslaat, denkt er het zijne van. Goede wijn behoeft geen krans en daarom mag deze kleurrijke uitgave in geen boekenkast van Toonder-liefhebbers ontbreken. De welhaast 700 (!) pagina’s, alfabetisch geordend, tonen exact datgene wat opgezocht gaat worden. Wil men weten wat bijvoorbeeld ‘feuzel’ is, dan blijkt dit afval van een alcoholdistillatie te zijn. Ook het verhaal waarin we dit tegenkomen staat vermeld: verhaal 165, strook 671. Dat ook de vele hoofd- en bijfiguren uit het Bommelepos uitgebreid beschreven worden, mag dan ook geen verwondering heten. Een pracht uitgave, die tegen meerprijs ook verkrijgbaar is met een gesigneerde prent (oplage 100 ex.) Marten Toonder: ‘Heer Bommel en ik’. Het complete proza deel 1., Essays over Bommel en Tom Poes en over strips, bezorgd door Klaas Driebergen. KD Amstelveen. ISBN 978 90 826855 0 3. Deze uitgave is alleen verkrijgbaar via de website: www.prozamartentoonder.nl Hoewel velen bij Marten Toonder meteen denken aan het oeuvre van heer Bommel en Tom Poes, Panda, of Koning Hollewijn, moet er gedacht worden aan een veelvoud aan overig werk. Zo schreef hij een grote hoeveelheid verspreid verschenen essays en artikelen. In dit eerste deel van het complete proza heeft Klaas Driebergen al Toonders essays en lezingen gebundeld. Dat ook de vele artikelen over strips in het algemeen van zijn hand in deze bundel een plaats gekregen hebben, spreekt voor zich. Driebergen traceerde zelfs enige nooit eerder gepubliceerde artikelen van Marten Toonders hand. Een uitgebreide inleiding van de hand van samensteller Klaas Driebergen gaat vooraf aan de vele bijdragen van Toonder. Zo treffen we een bijdrage aan welke Toonder in 1962 schreef voor het verschijnen van het 500ste ‘Zwarte Beertje’ over de beer in het beeldverhaal. Zijn inleiding bij de plaatsing van de 5000ste aflevering van de Tom Poes-strip in de Volkskrant van 5 oktober 1963 is eveneens interessant. Ook naar aanleiding van een artikel in ‘Pijprokers Magazine’ reageerde Toonder in 1971. Zij, die niet in het bezit zijn van de veertig-delige serie ‘Volledige werken van Heer Bommel’ van uitgeverij Panda, zullen maar wat in hun schik zijn met de even zo vele voorwoorden welke Marten Toonder hiervoor schreef en welke in dit deel herdrukt zijn. Alle verhalen werden aldus van voetnoten voorzien door de meester-verteller! Voor de laatst uitgegeven ‘Bommelkatalogus’ uit 1988 verzorgde Toonder de achterplattekst. Deze is ook na te gaan in ‘Heer Bommel en ik’, waarbij het frappant is dat ook ‘Taal van Toonder’ een beroep deed op deze achterkant. Het ietwat triest voorkomend zelfportret van Marten Toonder prijkt ook op het linnen kaft van die uitgave! Zeker als men niet te veel publicaties uit ‘Heer Bommel en ik’ in de boekenkast heeft staan, is dit eerste deel van Toonders complete proza een aanrader! Veel werk is er verricht om alles te traceren! De drie vervolgdelen beloven alsnog een schat aan materiaal waarvan ik u in de toekomst dan ook zeker op de hoogte zal stellen. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen