Recensie | 75 jaar Capitol-platen in lijvig magistraal overzichtsboek

SNEEK

Op 7 december 1941 raakte Amerika betrokken bij de Tweede Wereldoorlog nadat Japan de vloothaven Pearl Harbor had aangevallen. Hoewel het dagelijkse leven aanvankelijk op zijn kop kwam te staan, ging alles weldra weer zijn gewone gang.

Zo gewoon, dat er op 7 februari van het jaar 1942 drie mannen in het restaurant ‘Lucey’s’ te Hollywood om tafel zaten om te praten over een eventueel nieuw op te richten platenlabel. Het zou het eerste platenlabel aan de westkust van de VS worden en moest de drie in New York gevestigde bedrijven, RCA-Victor, Columbia en Decca naar de kroon steken. Het Capitol-label was geboren! Nu, vijfenzeventig jaar na dato, is het label nog steeds springlevend met vele toonaangevende artiesten. Zo vief, dat besloten werd een eerbetoon aan het label, de oprichters en de honderden artiesten te brengen in de vorm van een luxueus uitgebracht boek: ’75 Years of Capitol records’. B.Hoskyns & R.Unterberger: ’75 Years of Capitol records’. Taschen. ISBN 978-3-8365-5028-4. De drie heren, die zo gebroederlijk bijeen zaten waren de succesvolle songschrijver Johnny Mercer (o.a. ‘Moon river’), Glenn Wallichs eigenaar van de grootste platenzaak van Los Angeles, en Paramount-filmproducer Buddy DeSylva. De laatste flapte er nog voor de koffie opgediend werd uit dat hij garant wilde staan voor veel kapitaal in de nieuwe onderneming, ‘Liberty Records’. Omdat er al een muziekketen bestond met die naam, werd vervolgens gekozen voor ‘Capitol’, waarbij als logo het Capitool, zetel van de volksvertegenwoordiging van de VS in Washington, zou gaan dienen. Er zouden studio’s in Los Angeles en New York opgezet worden, alsmede een mobiele opnamestudio. Te contracteren artiesten In het eerste jaar van haar bestaan kende de nieuwbakken firma meteen grote successen: Ella Mae Morse verdiende met haar ‘Cow Cow Boogie’ een gouden plaat. Ook de jonge pianist-vocalist Nat “King” Cole bestormde de charts met ‘Straighten up and fly right’, terwijl Johnny Mercer succes beleefde met ‘Strip polka’. De jaren veertig en vijftig leverden een schat aan talent dat via de geavanceerde geluidstechniek het ene na het andere succes wist te boeken. Zo waren daar de orkesten van Ray Anthony, Les Baxter, Les Brown, Duke Ellington, Bobby Hackett, Harry James, Billy May, Gordon Jenkins, George Shearing, en de onvolprezen Nelson Riddle, om er slechts enigen te noemen. En dan de stortvloed aan vocaal talent: Jo Stafford, Peggy Lee, Dinah Shore, Judy Garland, Dean Martin en hét talent: Frank Sinatra. Na een tijd van commercieel gewin bij Columbia, keerde hij succesvoller dan ooit terug bij Capitol met wie hij met de beste musici waaronder zijn vriend, orkestleider en arrangeur Nelson Riddle, de ene na de andere successong zou opnemen. New Sounds Ook de “teenagers” konden terecht bij Capitol, hoewel het ook wel eens mis ging. De aankomende zanger Elvis Presley werd niet gecontracteerd (!), maar rock and roll-zanger Gene Vincent en zijn Blue Caps wel. Overigens zou de laatste met ‘Be-Bop-A-Lula’ een grote hit scoren. Geliefd werden ook Les Paul & Mary Ford, die met hun multitrack opnamen (over elkaar heen spoelen van geluidsbanden en daarbij versneld weergeven) veel succes oogstten met nummers als ‘Tennessee waltz’, ‘How high te moon’, en ‘Vaya con Dios’. Louis prima zou met zijn aan de dixieland verwante stijl eveneens diverse hits scoren waaronder de bestseller ‘Buona Sera’. High fidelity in full dimensional sound In 1954 kende Capitol een wereldprimeur in de opnametechniek, toen het de zogenaamde “High fidelity in full dimensional sound” presenteerde. Lp’s kenden in het vervolg een T-nummer, de Capitol T-serie, waarbij de T stond voor “Talent”. De lp ‘Bye Bye Blues’ van Les Paul & Mary Ford kende bijvoorbeeld als bestelnummer T-356. Capitol Records Building In 1955 sloot Capitol een deal met EMI waarbij zoveel geld vrij kwam dat er gekozen werd voor een nieuw visitekaartje, een gebouw waarmee het label geschiedenis wilde schrijven. Zowel architectonisch als toonaangevend qua geluid moest het tijdloos worden. Het was architect Louis Naidorf, die het dertien verdiepingen tellende gebouw ontwierp, dat in april 1956 voltooid was. Zij die de platenspeler hebben gekend, waarbij de plaatjes één voor één naar beneden vielen wanneer er een nieuw nummer gedraaid ging worden, de “platenwisselaar”, herkennen de sensatie hiervan nog. De Capitol Records Tower is dan ook gebaseerd op een stapel grammofoonplaten, dertien verdiepingen. Sedert de opening van het gebouw zendt het licht bovenop in Morse code het woord ‘Hollywood’ uit. De vele opnamen, die gemaakt konden (en kunnen) worden in bijvoorbeeld de echo kamers en de door Capitol gebruikte Georg Neumann-microfoons zijn tot vandaag de dag legendarisch. Het zou Frank Sinatra zijn, die in de Tower in 1956 het eerste album ‘Tone Poems’ opnam. Een bijzondere plaat, omdat hij optrad als dirigent en niet als vocalist. Overigens zou Frans Sinatra in de befaamde T-serie meerdere albums opnemen waarbij hij dirigeerde en vrienden zoals Dean Martin en Peggy Lee als vocalist optraden. Het jubileumboek ’75 Years of Capitol records’ is een bijna 500 pagina’s tellend boek op groot formaat (34 x 34 cm), dat in vijf hoofdstukken de geschiedenis van het legendarische platenlabel verbeeldt. H1.1942-1960, H2. 1960-1970, H3. 1970-1980, H4. 1980-2000, H.5. 2000-heden. Het stofomslag is voorzien van een “gouden plaat” van het Capitol-label, waaronder zich de boekband uitgevoerd in goud linnen bevindt met daarop een befaamde Neumann-microfoon. Zoals we van Taschen gewend zijn heeft de uitgever zich er niet met een jantje-van-leiden afgemaakt. Elk hoofdstuk, anders gezegd ieder tijdvak bevat prachtig fotomateriaal in kleur dan wel zwart-wit, van de hoogtepunten uit dit tijdvak. Uit hoofdstuk 1 zien we Salvador Dalí, die orkestleider Jackie Gleason het artwork toont van een hoesconcept, Peggy Lee tijdens opnamen van het album ‘The man I love’, en Sinatra die een songtekst bestudeert. Hoofdstuk 2 besteedt veel tijd aan The Beatles, die in de VS vertegenwoordigd werden door Capitol en waarvan de albumhoes van ‘Yesterday and today’ uit de handel genomen werd vanwege de bloederige scene van de Fab Four als slager. Echter ook The Beach Boys en het Kingston Trio (‘Tom Dooley’) komen we tegen. Hoofdstuk 3 staat vooral stil bij Paul McCartney, Steve Miller en Pink Floyd. Hoofdstuk 4 behandelt onder anderen Tina Turner, maar ook Duran Duran, Beastie Boys en de alternatieve Britse bands Supergrass en Radiohead. Ook het Australische Crowded House ontbreekt niet. Hoofdstuk 5 toont Beck, die ook het voorwoord schreef van dit Capitol-epos. Echter ook Coldplay, Ryan Adams, Alison Kraus en jazz-icoon Gregory Porter komen uitgebreid aan bod naast vele anderen. Met de covers van 75 albums uit de alomvattende catalogus van Capitol, die dit jubileumjaar opnieuw uitgebracht worden, sluit het magistraal uitgevoerde boek af. Er zou nog zo veel meer te schrijven zijn over dit platenlabel dat qua opnametechniek, repertoirekeus en artiesten zo divers is en was! Wanneer ik thuis ben trek ik nog vaak een Capitol-album uit de kast om te genieten van de muzikale warmte welke de lp’s van bijvoorbeeld Ray Anthony of Nelson Riddle uitstralen. Overigens: het album ‘Sing a song with Riddle’ met als hoestekst “YOU are the solo star” was zijn tijd ver vooruit, karaoke á la 1959! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen