Ingezonden brief | Alle gemeentes zouden een roze agenda moeten hebben

Joure

Drie dagen achter elkaar heb ik verschillende incidenten gevolgd over het geweld wat er het afgelopen jaar gebruikt is tegen homo’s. Een betonschaar, van de fiets getrokken, bedreigd. Het laat mij machteloos achter, want er is niks wat ik kan doen voor deze mensen.

Al sinds ik ben gaan studeren ben ik actief voor het COC in Friesland en sinds kort werk ik voor de GGD in Amsterdam als gastdocent op mbo’s, om lessen te geven over liefde en diversiteit. Het COC is een bekende organisatie op het gebied van diversiteit en het bevorderen van emancipatie en draait ook –bijna- volledig op vrijwilligers, die niet alleen voorlichting geven op middelbare scholen maar ook activiteiten voor jonge lhbti’ers organiseren. De GGD heeft sinds een tijd een nieuw project wat heet ‘lang leve de liefde’ wat ook trainingen aanbiedt voor docenten, om zo zelf hun klas voorlichting te geven. Voor de ene organisatie (het COC in Friesland) werk ik als vrijwilliger, voor de andere (de GGD) ben ik sinds kort in dienst en krijg ik betaald. Het knelt alleen, want door alle nieuwsberichten over het geweld tegen homo’s en dat de politiek iets ‘wil doen’, voel ik mij nog machtelozer omdat ik zie waar het probleem ligt. Het COC in Friesland is sinds kort namelijk ontnomen van hun subsidie, wat betekent dat de organisatie volledig op vrijwilligers zou moeten draaien of het moet hebben van sponsorgeld. Dit lijkt misschien niet een ramp, maar voor het werk wat het COC doet is een betaalde kracht toch echt van toepassing, en al helemaal –mijn excuses voor wie zich beledigd voelt- in een provincie als Friesland. Ik heb daar namelijk voor de klas gestaan, ik ben er zelf op een middelbare school uit de kast gekomen en homo of lesbisch zijn is daar na lange niet ‘normaal’, laat staan transgender of interseks. Het stoot mij op de borst dat de provincie heeft besloten de subsidie in te trekken, de organisatie kan ‘zogenaamd wel op eigen benen staan’. Dit terwijl het subsidiëren van het COC niks is voor de bedragen die ze neerleggen voor bijvoorbeeld het bouwen van een nieuw Thialf. 50 miljoen voor schaatsen, maar niet 60.000 voor een op vrijwilligers draaiende maatschappelijke organisatie. Terwijl de educatie van jongeren over discriminatie, seks, en diversiteit toch een van de belangrijkste dingen zijn die er is. Misschien nog wel belangrijker dan schaatsen. Het is een tegenovergestelde wereld in Amsterdam, waar de gemeente een roze agenda hanteert en het GGD een budget heeft gekregen om gastdocenten te trainen en in te zetten op mbo’s. Ook hier ervaar ik: de lessen zijn nodig, niet omdat ze ons allemaal tot moes willen slaan maar omdat er nieuwe inzichten ontstaan. We praten niet alleen over ‘doe homo’s geen pijn’, maar ook over liefhebben, over respect, over gevoelens. Het doet pijn, dat zoiets belangrijks als de veiligheid van een minderheidsgroep in het niet wordt gesteld door de ene provincie/gemeente, en wél wordt vertegenwoordigd in een andere provincie/gemeente. Het verplicht stellen van lessen is al gebeurd, maar dit is helaas niet een oplossing voor waarom die lessen nog steeds beperkt zijn. Blijf het COC subsidiëren, en laat gemeentes een roze agenda nemen. Een Agenda waarin budget is om in gesprek te gaan met kinderen van de toekomst, om betonscharen, fietstrekkers en bedreigers tegen te gaan. Josefien Witzke

Auteur

Brenda van Olphen