Recensie | 'De ware kindervreugd' De bloeitijd van een bijzonder genre

SNEEK

Rond 1845 ontstond er een genre binnen de protestants-christelijke jeugdliteratuur, dat tot de jaren zestig van de twintigste eeuw redelijk tot veel succes zou kennen: boekjes met een boodschap.

Daarna zou het ogenschijnlijk verdwijnen, het gevolg van de ontzuiling en ontkerkelijking. Momenteel is het genre met name binnen de behoudende kring nog geliefd. Toch heeft de protestants-christelijke jeugdliteratuur veel bekende auteurs voortgebracht, waarbij te denken valt aan bijvoorbeeld W.G. van de Hulst, Anne de Vries en K.Norel. Om opkomst en - in zekere zin - de neergang van het genre in beeld te brengen, heeft Richard van Schoonderwoerd den Bezemer (1946), historisch onderzoeker binnen de jeugdliteratuur, een uiterst handzaam boekje geschreven. In ‘De ware kindervreugd’ belicht hij het genre, de auteurs, illustratoren, uitgevers en recensies. Het zullen natuurlijk vooral diegenen zijn, die veel plezier aan het boek beleven, die er in hun jeugd mee kennisgemaakt hebben; de geschiedschrijving van het genre op zich is echter ook interessant voor diegenen die openstaan voor een minder bekend stuk geschiedenis uit de jeugdliteratuur. R. van den Schoonderwoerd den Bezemer: ‘De ware kindervreugd. Een overzicht van de auteurs, illustratoren en uitgevers van de protestants-christelijke jeugdliteratuur in haar bloeitijd’. Uitgeverij Brevier. ISBN 9 789491 583780. De begintijd Jan de Liefde (1816-1869)van oorsprong doopsgezind predikant geldt als de eerste auteur van protestants-christelijke kinderverhalen. Met het allegorische verhaal ‘De diligence, of de reis naar de stad van de erfenis’ ging de protestants-christelijke jeugdliteratuur van start. Dankzij het Réveil zou God weer in het middelpunt geplaatst worden. Zondagsscholen waren het gevolg, die zich vooral gingen richten tot de arbeidersklasse. Vaak waren zondagsschoolboekjes de enige boekjes in huis! Tijdens het kerstfeest werden boekjes cadeau gegeven, die dan ook kerstboekjes of zondagsschoolboekjes genoemd zouden worden. Mede daardoor ontstond de NZV, de Nederlandse Zondagsschool Vereniging, die toezicht zou gaan houden. In de negentiende eeuw waren het met name vrouwelijke auteurs, die zich met dit genre gingen bezighouden, waarbij ze zich veelal bedienden van pseudoniemen zoals: Betsy, Cora, Elisabeth, Marie, Paula of Hermanna. In veel gevallen werd de juiste kindertoon niet getroffen en maakten troosteloze verhalen rond drankmisbruik, mishandeling en bekeringsgeschiedenissen de dienst uit. De bloeitijd 1900-1970 Het was de Nijkerkse uitgever G.F.Callenbach, die de productie van boekjes met een boodschap op gang zette, waarna weldra meerdere uitgevers zouden volgen waaronder Bredée, Meinema en Voorhoeve. In dit verband haalt Van Schoonderwoerd een aantal auteurs aan, die rond de eeuwwisseling naar de twintigste eeuw erg geliefd zouden zijn: E.Gerdes, H.Stretton, A.J.Hoogenbirk, J.Breevoort en L.Penning. De laatste zou met zijn Zuid-Afrikaanse boeken decennia lang veel gelezen worden. Met W.G. van den Hulst werd de grootste protestants-christelijke schrijver binnengehaald. Deze schreef vanuit het kind en jarenlang zouden zijn boeken waaronder ‘Ouwe Bram’, ‘Jaap Holm en z’n vrinden’, ‘Peerke en zijn kameraden’ en vele verhalen voor peuters en kleuters zeer geliefd zijn. Ook zijn ‘Bijbelse vertellingen’ zouden ertoe bijdragen dat zijn boeken een oplage haalden van meer dan 14 miljoen in de vorige eeuw! Ook schrijvers als P. de Zeeuw JGzn. , H. te Merwe en Max de Lange-Praamsma zouden jarenlang geliefd zijn. De eerste twee vooral dankzij boeken waarin verhalen rond kerkelijke en vaderlandse geschiedenis voorop zouden staan; De Lange-Praamsma, een Bolswardse burgemeestersdochter, zou vooral geliefd worden dankzij haar ‘Goud-Elsje’-serie. Ook Piet Prins, een pseudoniem van journalist en politicus Pieter Jongeling krijgt de nodige aandacht. Zijn ‘Snuf de hond’ zou hem tot vandaag de dag populariteit opleveren. De illustratoren In de twintigste eeuw zouden goede illustratoren aangetrokken worden om de jeugdboeken aantrekkelijk te maken. Over hen heeft Van Schoonderwoerd, evenals hij dat van de auteurs deed, interessante biografieën geschreven. Onder anderen Menno van Meeteren Brouwer, J.H.Isings, Jan Lutz, Rie Reinderhoff en Henk Poeder worden door hem naar waarde geschat. Eigentijdse illustratoren binnen de protestants-christelijke jeugdliteratuur van nu krijgen eveneens de aandacht die ze verdienen. De uitgeverijen De eerder aangehaalde uitgeverijen en hun ideologieën komen uitgebreid aan bod, uitgevers die met name in de jaren zeventig met teruglopende verkoopaantallen te maken zouden krijgen. Opheffingen en soms een samengaan met een andere uitgever zouden resten. Na 1970 Met de terugloop van de zondagsschoolboekjes zouden spannende boeken met een christelijk sausje de dienst uit gaan maken. Enige uitgeverijen brengen nog zondagsschoolboekjes uit, maar schrijvers waaronder Bert Wiersema, J.F. van der Poel en Henk Koesveld worden met hun avontuurlijke boeken binnen eigen kring meer verkocht. ‘De ware kindervreugd’ is een goed onderbouwd boek dat geïnteresseerden in de geschiedenis van dit genre van begin tot eind weet te boeien. Naast hier en daar bekende informatie is Van Schoonderwoerd erin geslaagd om ook veelal vergeten dan wel onbekende zaken boven tafel te krijgen. Een aanwinst! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen