Recensie | 'Sits, Katoen in bloei' werelderfgoed in Fries Museum

SNEEK

Het Fries Museum is eigenaar van een beroemde collectie ‘sits’, oorspronkelijk handbeschilderd katoen uit India. De naam is ontleend aan het Perzische ‘chitta’ dat bedrukt betekent.

In 1990 werd eveneens in het Fries Museum de tentoonstelling ‘Sits, exotisch textiel in Friesland’ georganiseerd waarbij de aandacht met name uitging naar de objecten zelf. Deze nieuwe tentoonstelling vestigt de aandacht vooral op de bezitters, gebruikers en de wisselwerking tussen Indiase sits en Europese katoendruk. Speciaal voor deze tentoonstelling is een kleurrijk, interessant boek uitgegeven van de hand van de conservator van de collectie kostuums van het Fries Museum, Gieneke Arnolli. De expositie ‘Sits, katoen in bloei’ wordt van 11 maart tot en met 10 september 2017 in het Fries Museum gehouden. Gieneke Arnolli: ‘Sits, katoen in bloei’. WBOOKS. ISBN 978 94 625 8184 5. Voordat de Nederlanders de sits in de zeventiende eeuw meenamen naar Europa, gold de sits reeds als betaalmiddel voor bijvoorbeeld specerijen uit Indonesië of metaal uit Japan. Met de oprichting van de Verenigde Oost-Indische Compagnie in 1602 nam deze het soepele veelkleurige sits mee, aanvankelijk als smokkelwaar! Pas in 1664 namen de VOC-schepen volgens de ‘eisen van retour’ sitsen mee voor de Nederlandse markt. De fabricage van sits Op aantrekkelijke wijze beschrijft Arnolli het fabricageproces van sits. Het fijne katoen, minstens zo glanzend en kleurrijk als de dure zijde, was zachter dan de inheemse linnen en wollen stoffen. De heldere kleuren en veelal levendige bloemmotieven werden met de hand geschilderd dan wel gedrukt waarbij drukblokken de contourlijnen van de motieven aangaven. Het werk waarbij beitsen ervoor zorgen dat plantaardige kleurstoffen zich binden aan vezels, gebruikmakend van was, is zeer gecompliceerd. Voordien moet de fijn geweven katoenen stof voorbewerkt worden om het uitvloeien van de beitsen te verhinderen. De toepassing De levendige patronen van de sits zouden de Nederlanders bijzonder aanspreken. Vooral in Friesland werd de sits veel toegepast. Arnolli beschrijft hoe het katoen ‘aan de meter’ werd gebruikt voor vrouwenjakken en rokken, voor kamerjassen en mannenvesten, voor kinderdekens en wikkelkleden, kindermutsjes en babyjakjes. Grote doeken werden in Friesland gebruikt als wandbespanning, spreien en doorgestikte dekens. Adellijke families lieten grote spreien in de achttiende eeuw maar wat graag voorzien van hun familiewapen. Hindelooper kleding Eeuwenlang zouden vooral de inwoners van het destijds rijke Hindeloopen de sits verwerken in hun kleding, waarbij het kleurgebruik soms hun gemoedsstemming aangaf; de wentke, de vrouwenjas voor de lichte rouw, kende dan een blauwe print. Een aanstaande bruid droeg een wentke met rood-witte bontjes. Het korte Hindelooper jasje werd ‘kassekijntje’ genoemd, een afleiding van het Franse casaquin. Om er niet te uitdagend bij te lopen droegen de vrouwen ‘kroplappen’, in Friesland ‘onderst’ genoemd, een kort lijfje waarvan de bandjes onder de borsten vastgeknoopt werden. Het mag de voorloper van de BH genoemd worden. Zonhoeden, die heel wat inspanning vergden van de draagsters, mogen eveneens niet onvermeld blijven. Aan het eind van de achttiende eeuw zou de sits geheel uit de mode raken, waardoor het vervolgens alleen nog in streekdrachten gedragen zou worden. Sits zou het kenmerk worden van de Hindelooper streekdracht, waardoor het Fries Museum over een grote collectie sitsen beschikt. De chemie van sits Eind zeventiende eeuw werd in Nederland de eerste katoendrukkerij opgericht in Amersfoort, waarna er meerdere volgden. De bloeitijd was rond 1750 toen men eindelijk in staat was Indiase sitsen te benaderen. Doordat men bleef drukken op uit India aangevoerde stoffen in plaats van op de nieuwe Europese weefsels en de kwaliteit matig was, kwam er een eind aan de fabricage. Sits nu De tentoonstelling toont de belangstelling voor het handwerk van voorheen. Andermaal blijkt India het wereldwijde centrum van de katoenproductie te zijn. Een film en het uiteindelijke resultaat van sits anno 2017 door de wisselwerking met Textiel Factorij, toont de verbintenis aan van het Fries Museum met de wereld. De tentoonstelling Op fascinerende wijze heeft het Fries Museum opkomst en geleidelijke ondergang van de sits verbeeld. Geput is voor het overgrote deel uit de eigen imposante collectie, aangevuld met werk uit enige andere musea. Dat er vandaag nog steeds sits gefabriceerd wordt en de industrie nog steeds put uit de ideeën van voorheen, maakt de tentoonstelling extra actueel. De bijbehorende catalogus ‘Sits, katoen in bloei’ is een boek om, ook nadat de tentoonstelling afgelopen is, van te blijven genieten. Gieneke Arnolli werd hierin bijgestaan door Julia Dijkstra en Ebeltje Hartkamp-Jonxis. Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen