Recensie | De terugkeer van Little Nemo bij uitgeverij Taschen

SNEEK

De in Keulen geboren Benedikt Taschen (1961) was als kind al een fervent striplezer. Op 12-jarige leeftijd begon hij al strips, “comics” te kopen in de Verenigde Staten.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij in februari 1980 in Keulen een stripwinkel opende, ‘Taschen Comics’, op de dag voorafgaande aan zijn negentiende verjaardag. Toen hij een restvoorraad van 40.000 exemplaren opkocht over de Belgische schilder Magritte, verkocht hij deze binnen twee maanden in de VS… Deze deal zette hem aan het denken met als gevolg dat hij begon met het uitgeven van kunstboeken. Tegen het eind van de jaren tachtig waren zijn uitgaven in twaalf talen verkrijgbaar en… betaalbaar voor zowel studenten als verzamelaars. Momenteel zijn er Taschen-boekwinkels in vrijwel alle grote steden ter wereld en zijn uitgaven gaan over zeer diverse onderwerpen van Andy Warhol en Johannes Vermeer tot tatoeages en ondergoed, en van grammofoonplaathoezen tot reprints van historische atlassen. Soms in een beperkte oplage, dan weer in grote oplagen, die zowel in de Taschen-stores als bij de plaatselijke boekhandel verkrijgbaar zijn. Onlangs verscheen ‘The complete Little Nemo 1905-1909’ van Winsor McCay, een op groot formaat uitgegeven stripboek, dat zo fabelachtig mooi is uitgegeven dat het de benaming “strip” verre van overtreft! Wat dat betreft zal uitgever Taschen nog wel eens terugdenken aan zijn eerste Keulse (strip)winkel, waar tweedehands en antiquarische stripverhalen destijds de dienst uitmaakten… Winsor McCay 1869-1934 De tekenaar van de hier beschreven strip werd op 26 september 1869 in Spring Lake in de Amerikaanse staat Michigan geboren als kind van een houthakker. Al vroeg openbaarde zich zijn talent wanneer hij ging tekenen. Vooral circusaffiches in sprankelende kleuren met veel clowns en wilde dieren zou hij veelvuldig ontwerpen. Overigens thema’s die ook in zijn latere leven steeds zouden opduiken. Nadat hij als jongeman verhuisd was naar Cincinnati, werd hij daar aangenomen bij een grote plaatselijke krant. Daar werd hij de cartoonist, hoewel hij ook veel tekeningen bij het nieuws moest maken omdat de reproductietechniek van foto’s destijds nog in de kinderschoenen stond. McCay had een fenomenaal visueel geheugen: hij kon vrijwel alles exact weergeven zonder een voorbeeld te hoeven gebruiken. Voor de zondagsuitgave van de krant mocht hij een paginagrote strip opzetten, ‘Tales of the jungle Imps’. In1903 ging hij naar de grote krant ‘New York Herald’ waar hij een droomstrip opzette: ‘Dreams of the Rarebit Fiend’, waarin vreselijke dromen van volwassenen verbeeld werden. Geen wonder dat deze strip gepubliceerd werd in de avondeditie! Na diverse andere strips verscheen in oktober 1905 ‘Little Nemo’ in deze krant. Rarebit Fiend gaf mensen en decors uit het begin van de twintigste eeuw weer, Little Nemo beleefde zijn dromen in een droomwereld (Slumberland) met allerlei wonderlijke gebouwen en vreemde personages en dieren. Het was McCay’s eigen zoontje dat model stond voor Little Nemo. Later zou deze zijn vader bij het tekenen gaan assisteren. Na een aantal jaren vertrok McCay naar een andere krant om pas in 1924 weer terug te keren bij ‘The Herald Tribune’ waar hij tot 1926 Little Nemo zou vervolgen. McCay’s latere carrière 1921-1934 McCay was zo’n beroemdheid geworden dat hij ging rond toeren langs de theaters en met succes! Hij wist het publiek op en top te vermaken. Ook zou hij een pionier worden op het gebied van de animatiefilm! Nadat hij enorme hoofdpijnen kreeg en zijn rechter arm, zijn tekenarm, ineens verlamd was, overleed hij op 26 juli 1934 in het bijzijn van zijn vrouw, zijn kinderen en zijn schoonzoon. Een kind van zijn tijd Tussen 1890 en 1914 ontstond er een nieuwe stroming in de kunst: de Jugendstil, ook wel art nouveau genaamd, een reactie op het vorm vervagende impressionisme. Het was heldere kunst , sierlijk met bewogen lijnen, een middel om emoties uit te drukken. Veel natuurmotieven en letters in allerlei vormen en maten zouden hierin verweven worden. McCay werkte zijn Little Nemo-pagina’s uit in de art nouveau-stijl. Elke zondag wist de tekenaar zijn lezers weer te verrassen met een nieuwe paginagrote strip, die qua opzet afweek van de vorige aflevering. De grootte van de tekenblokken, de lettering, de vorm in de vorm, alles was telkenmale anders. Dankzij de meest moderne drukpers die er op dat moment bestond en in het bezit was van ‘The New York Herald’ , konden de kleuren weergegeven worden zoals de maker dit voor ogen had gestaan. Sigmund Freud 1856-1939 Sigmund Freud, de Oostenrijkse neuroloog, die zou uitgroeien tot de grondlegger van de psychoanalyse schreef in 1899 ‘Die Traumdeutung’, nadat hij jarenlang onderzoek had gedaan naar hypnose. In dit werk zet hij zijn ideeën uiteen over vele soorten dromen, om halverwege de dromen te gaan verklaren. Dromen zouden boodschappen zijn uit het onderbewuste, latent, om zich veel later te uiten in een andere vorm. De verborgen betekeneis van een droom zou altijd terug te voeren zijn naar betekenisvolle gebeurtenissen uit iemands verleden. Door Freuds gedachtegang over dromen, die uiteindelijk zou leiden tot diens theorie over het oedipuscomplex, kwam de droom plotseling onder ieders aandacht tijdens de belle epoque, de tijd tot de Eerste Wereldoorlog. Ook McCay was hier uitermate in geïnteresseerd met als gevolg dat hij vele gags, één pagina strippagina’s, zou opzetten met diverse hoofdpersonages. Little Nemo is daar slechts één van. Alexander Braun: ‘The complete Little Nemo by Winsor McCay 1905- 1909’. Taschen. ISBN 978 3 8365 6310 9. Om met de deur in huis te vallen: ‘The complete Little Nemo 1905-1909’ is de mooiste uitgave, die er ooit over de kleine dromer is uitgebracht! Het op groot formaat uitgebrachte boek van 35 x 45 cm weegt meer dan vier kilo (!). De eerste 145 bladzijden zijn van de hand van historicus en stripkenner Alexander Braun (Dortmund 1966), die het leven beschrijft van McCay, de vele strips analyseert, architectuur ontleedt ten tijde van McCay, en Freud, hypnose en hysterie en filmgeschiedenis op heldere wijze uiteenzet. Heel interessant voor de lezer is de geschiedenis achter Little Nemo. Vaak zijn sociale en politieke aspecten onderhuids op de pagina’s aanwezig! Opgemerkt moet worden dat McCay heel sterke politieke prenten maakte voor de krant(en), tekeningen, die te vergelijken zijn met het beste dat “onze” tekenaars destijds produceerden, zoals Johan Braakensiek, Louis Raemaekers en Jan Sluijters. En hoe grafisch interessant is de illustratie met vissen, vissen die in elkaar opgaan alsof Escher er de hand in heeft gehad. Eveneens erg interessant is het dossier dat handelt over(strip)tekenaars, die beïnvloed zijn door het werk van McCay, zoals Hergé, Moebius, Hermann Huppen en Guido Crepax. Afrondend Alle 220 hier weergegeven nachtelijke uitstapjes, die ontstaan wanneer Little Nemo in bed ligt en slaapt, zijn op een formaat uitgebracht dat groter is dan dat van uw tabloid. Bovenaan iedere plaat bevindt zich de naam weergegeven in Jugendstilstijl. De avonturen, die soms doen denken aan ‘Sprookjes uit één nacht’, ‘Alice in Wonderland’, ‘Robinson Crusoë’, ‘Gullivers reizen’ dan wel circusaffiches, eindigen steevast met het ontwaken van Little Nemo. Vader roept hem om te komen, vader die hem nat maakt om hem te doen ontwaken, Nemo die uit bed valt, Nemo die wakker wordt van nieuwjaarsgeluiden, enz. De vele fantasiedieren en personages, die vaak terugkeren zijn eveneens meer dan de moeite waard. Eén van de grootste meesterwerken uit de geschiedenis van de strip is op indrukwekkende wijze uitgebracht door Taschen! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen