Recensie | Kunstprentenboek Joost Swarte

SNEEK

De oorlog welke wij achteraf ‘De Eerste Wereldoorlog’ zouden gaan noemen was nog in volle gang, toen in het neutrale Nederland een nieuwe kunststroming zou ontstaan: ‘De Stijl’.

Het was Theo van Doesburg (1883-1931), die in 1917 een tijdschrift stichtte, dat de spreekbuis wilde zijn van een groep schilders, architecten, beeldhouwers en schrijvers: ‘De Stijl’. Al deze kunstenaars kozen voor volstrekte abstractie waarbij verticale en horizontale lijnen en de primaire kleuren rood, geel en blauw, en de drie primaire niet-kleuren, zwart, grijs en wit de blikvangers zouden worden. Het nieuwe tijdsbewustzijn van de aanhangers moest zorgen voor een evenwichtige verhouding van het universele en het individuele. ‘De Stijl’, die zowel als groep en als tijdschrift in 1931 ophield te bestaan, na de dood van Van Doesburg, is nu nog steeds duidelijk aanwezig in ons dagelijks leven. De tweede lp van ‘The White Stripes: ’De Stijl’ genaamd, de architectuur van Aldo van Eyck, Herman Hertzberger, Rem Koollhaas, de kubuswoningen van Piet Blom in Rotterdam, ja zelfs de prentenboeken van Dick Bruna zijn beïnvloed van deze kunststroming. Ook de literaire beweging ‘De Vijftigers’ greep deels terug op ‘De Stijl’. En wie kent niet de “Mondriaan-jurken” van ontwerper Yves Saint Laurent dan wel de momenteel hergewaardeerde componist Simeon ten Holt. ‘Piet Mondriaan en Bart van der Leck. De uitvinding van een nieuwe kunst’ is de eerste tentoonstelling, die in het jubileumjaar van start gaat en loopt van 12 februari tot en met 21 mei. De vriendschap van beide artiesten wordt uiteengezet middels schilderijen, historische foto’s en ander archiefmateriaal. Als tentoonstellingscatalogus heeft illustrator, architect en vormgever Joost Swarte een kinderkunstboek ontworpen, waarin hij teruggaat naar de jaren waarin De Stijl-kunstenaars actief waren: ‘En toen De stijl. Op bezoek in het atelier’. Een boek dat ook als ‘kunstprentenboek voor jong en oud’ door kan gaan, maar dat eveneens stripliefhebbers van de “klare lijn” zeer zal aanspreken. ‘De Storm’ in 1916 In 1900 schreef Herman Heijermans het toneelstuk ‘Op hoop van zegen’ dat decennia lang in films en toneeluitvoeringen tot ons is gekomen: “De vis wordt duur betaald”. In 1916 maakte Bart van der Leck ‘De Storm’, een kunstwerk dat in geen vergelijk kan staan met het o, zo tendentieuze en sombere “Op hoop…” Ook hier Scheveningse vrouwen, die wachten op een behouden terugvaart van hun mannen, de vissers die strijden tegen de elementen. De kleuren rood, geel en zwart, afgezet tegen de donkere kledij van de vissersvrouwen in een afgeplat vlak. Piet Mondriaan moet zich over zowel het kleurgebruik als de weergave zo hebben verbaasd, dat hij toenadering zocht bij Van der Leck, een treffen dat hen tot vrienden voor het leven zou maken, hoewel ieder een eigen stijl zou blijven hanteren. Joost Swarte: ‘En toen de Stijl. Op bezoek in het atelier’. Leopold & Gemeentemuseum Den Haag. ISBN 978 90 258 7238 0. Het Gemeentemuseum den Haag heeft bij de voorbereiding van het “Stijl-jaar” de juiste beslissing genomen door nu eens niet te kiezen voor een tentoonstellingscatalogus waarin alleen ouderen de teksten tot zich nemen. Een lijvig boekwerk met lappen tekst waarin foto’s, schetsen en schilderijen de dienst uitmaken. Gekozen is voor een prentenboekmodel dat jong en oud aanspreekt. Niet te lange, maar desalniettemin begrijpelijke teksten op rustige pagina’s met daarop een heerlijke lijntekening van Joost Swarte (1947). Daarnaast een kleurenplaat van de tekenaar, die het (fictieve) atelier weergeeft van een kunstenaar, die verwant is aan de stroming van ‘De Stijl’. Als kind van de jaren vijftig, de jaren waarin op de lagere scholen nog de schoolplaten van Johan Herman Isings (1884-1977) tijdens de geschiedenisles gebruikt werden, werd er één bepaalde periode per plaat weergegeven. Swarte moet die welhaast onder ogen hebben gehad, ondanks de latere tekenverschillen tussen hem en illustrator Isings. De achterliggende gedachte van Swarte is immers identiek aan die van zijn grote voorganger: verbeeld iets uit een bepaalde tijd waarin elk detail moet kloppen! Zo heeft Joost Swarte dezelfde insteek als de schoolplaatillustratoren van eertijds toegepast in het kunstprentenboek. Als voorbeeld Piet Mondriaan: op de tekening van deze schilder zien we hem staan, gestoken in overall . Hij is bezig met de opzet van een nieuw schilderij. In de onberispelijke kamer, zijn atelier, staat op de grond de pathefoon met de geliefde jazzplaten. Het schilderij ’Trafalgar Square’ uit de jaren 1939-1943 staat op de ezel. Plakband en lijm liggen klaar alsof de meester elk moment aan zijn ‘Victory Boogie Woogie’ kan beginnen, het kunstwerk dat hij vanwege zijn overlijden in 1944 onvoltooid zou nalaten. Het uitzicht uit het raam toont een huizenrij, die in alle opzichten past bij de artiest Mondriaan. In de jaren tijdens de Eerste Wereldoorlog waarin Nederland geïsoleerd lag tussen de strijdende landen in, waren de kunstenaars in wezen tot elkaar “veroordeeld”. Het was een geluk dat de adepten van De Stijl zo notitie van elkaar gingen nemen, en dat ze ondanks de tijd van schaarste, mobilisatie, de opkomende elektriciteit, het weinige telefoonverkeer en de straten waarop paard en wagens nog overheersten, elkaar toch wisten te vinden. In kunst, die zich in een fris modern kleurgebruik manifesteerde, terwijl de omringende wereld vier jaar bezig was met totale destructie… Het mag dan ook niet verwonderlijk heten dat de Stijl na beëindiging van de oorlog omarmd werd door de vrije wereld, die daar nu pas kennis van kon nemen… In ‘En toen de Stijl’ heeft Swarte alle prominente, aan die stroming gelieerde kunstenaars een plaats gegeven. Zo komen Theo van Doesburg, Vilmos Huszár, Bart van der Leck, Gerrit Rietveld, Bauhaus, J.J.P.Oud, Ko Verzuu, Joaquin Torres García, Piet Mondriaan en Piet Zwart aan bod in een boek waarin jong en oud ogen te kort zullen komen! Aandoenlijk is de poes, die in of buiten elk atelier een plaatsje heeft, behalve op de voorplaat. Echter… vier vogels “in Stijl” lijken het gemis goed te maken… Een erg sfeervol en op prettige wijze vormgegeven boek! Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen