Recensie | De rentree van Douwe Dabbert

SNEEK

In augustus 1973 wordt de ambitieuze Thom Roep (1952) redacteur bij ‘Donald Duck’. In zijn hart wil hij “het vrolijke weekblad” meer dan ooit op de kaart zetten. Hij peinst over een vernieuwing van het blad en denkt daarbij in eerste instantie over het enige non Disney-product dat het blad kent: de oer-Hollandse vervolgstrip achterin.

Uit zijn jeugd herinnert hij zich de avonturen van ‘Heer Bommel en Tom Poes’, die bijna vijfentwintig jaar het tijdschrift afsloten. Vervolgens zouden onder anderen ‘Pipo’, ‘Oom Arie en Ketelbinkie’ “de afsluiting doen” en in 1974 ‘Waldo en de dief van Datsipoer’, aardige vervolgstrips, maar ook niet meer dan dat… Nu zat de redactie van ‘Donald Duck’ destijds in dezelfde ruimte als de redactie van kleuterblad ‘Bobo’. Op een dag ontdekt Roep in een ladekast een aantal illustraties van een dwerg met een grote witte baard. Hij verneemt dat het waarschijnlijk ideeën zijn welke illustrator Piet Wijn de redactie van ‘Bobo’ van de hand heeft gedaan. Hoofdredacteur van ‘Donald Duck’ Paul Deckers ziet het enthousiasme waarmee de aankomend redacteur (en van 1984 tot 2013 zelf hoofdredacteur) de prenten bekijkt en stelt voor dat Thom Roep contact opneemt met de Haagse illustrator. Misschien zit er een nieuw verhaal in. De dan 22- jarige Thom Roep ontmoet vervolgens de ruim twee maal zou oude illustrator en toch klikt het tussen beide mannen. Aanvankelijk wordt er gedacht aan een kort verhaal van 22 pagina´s, waarin één van de uitgekozen dwergen een avontuur zal beleven in sprookjessfeer, maar eenmaal bezig wordt besloten het verhaal uit te bouwen tot één lange strip, een album. In nummer één van Donald Duck 1975 gaat de strip van start. Het hoofdpersonage Douwe speelt aanvankelijk een ondergeschikte rol en zal pas op pagina 13 zijn entree maken in het eerste verhaal. Dan gebeurt er iets dat beide mannen totaal overrompelt. Het verhaal overtreft qua populariteit alle verwachtingen. Enerzijds is dit te danken aan de zo vertrouwde tekenstijl van Piet Wijn, die al jarenlang als de rechterhand van Marten Toonder geldt en diens stijl evenaart zo niet overtreft, anderzijds aan het Hollands-sprookjesachtige dat Thom Roep aan het verhaal meegeeft. Kortom, de strip wordt zo succesvol dat er uiteindelijk 23 verhalen geplaatst worden, die in de jaren 1977-2001 in albumvorm uitgebracht worden. De verslechterde gezondheid van Piet Wijn is er de oorzaak van dat de avonturen beëindigd moeten worden. Zoals het zo vaak gaat met strips: na beëindiging van een serie neemt de animo af, en zijn deze niet of nauwelijks meer verkrijgbaar, zo ook bij ‘Douwe Dabbert’. In het jaar 2013 besluit uitgever Rob van Bavel de serie opnieuw uit te brengen, waarbij schoorvoetend begonnen wordt met het eerste deel ‘De verwende prinses’. Hoewel de inkleuring ooit heel fraai gevonden werd, besluit Van Bavel deze opnieuw te laten verrichten. Het resultaat: een album vol frisheid en heerlijke achtergronden in pastel, dat ook nu de lezer meer dan ooit aanspreekt. Tot op heden zijn er 10 delen opnieuw ingekleurd en is het eveneens opnieuw ingekleurde voorplat voorzien van een aangepaste belettering. Reden om even bij de klassieker ‘Douwe Dabbert’ stil te staan. De hier aangehaalde delen zijn de boeken die in het jaar 2016 heruitgegeven zijn. Thom Roep & Piet Wijn: ‘Douwe Dabbert. Deel 8 De zee naar zuid.’ Don Lawrence Collection. ISBN 978 90 8886 243 4. Douwe belandt op een Hollands schip in West-Afrika en leert daar de West-Indische Compagnie kennen. Zijn knapzak verricht weer wonderen als hij in staat is een groep slaven vrij te kopen. Het aandoenlijke meisje Nama durft niet alleen door de jungle terug en Douwe besluit haar te brengen. Twee boeven, Berendsz en Knielsen, die het wonder van Douwes knapzak hebben gezien, achtervolgen hen om zodoende rijk te worden. Na veel avonturen keert Douwe terug op de plek waar eens heks Wredulia woonde… Thom Roep & Piet Wijn: ‘Douwe Dabbert. Deel 9 Florijn de flierefluiter.’ Don Lawrence Collection. ISBN 978 90 8886 258 8. Op de heide ontmoet Douwe een jachtstoet, waarbij hij ziet dat een jonge vrouw tevergeefs probeert te ontkomen. Ze ziet kans hem een beurs met een wapen erop te overhandigen. Het wapenschild is dat van graafschap Falckesteyne en hij besluit daar heen te gaan. Dan komt hij Florijn de flierefluiter tegen, een schelm en straatartiest die met zijn aap zijn geld weet te verdienen. Op het slot ziet Douwe gravin Gwendoline, die met Justus in het huwelijk moet treden, tegen haar zin. Florijn blijkt echter iemand anders te zijn dan waarvoor hij zich uitgeeft… Thom Roep & Piet Wijn: ‘Douwe Dabbert. Deel 10 De tanden van Casius Gaius.’ Don Lawrence Collection. ISBN 978 90 8886 278 6. Wanneer Douwe op bezoek is bij visser Jan Claeszoon en zijn gezin, vindt er een huiszoeking plaats op bevel van de hertog van het dorp. De familie wordt ervan verdacht betrokken te zijn bij smokkelpraktijken. Samen met Claes en Grietje, de kinderen van Claeszoon, slaagt Douwe erin de schuilplaats van de smokkelaars te vinden. Wanneer Douwe er uiteindelijk in slaagt de romeinse overblijfselen, de “tanden” voor de kust op te blazen komt de zaak alsnog tot een goed einde. De hier beschreven delen zijn eveneens verkrijgbaar in hard cover. De boeken zullen de huidige generatie nog evenzeer aanspreken als ze dat eerdere generaties deden. Wie weet na voltooiing van de serie die andere geliefde reeks ‘Puk en Poppedijn’? Maar goed, eerst mogen we blij zijn met deze prachtige uitgaven! Marten Toonder: ‘Der Grosse Einlader’. Personalia Verlag (=Uitgeverij Personalia Leens). ISBN 978 90 7928773 4. In 2014 verscheen er een vertaling van verhaal 128 van Heer Bommel ‘Het Platmaken’ in het Duits: ‘Plattwalzer’ bij Personalia. Jacqueline Crevoisier, de vertaalster, die zich ook in 1989 al met een tweetal geslaagde vertalingen uit het Bommel-epos had beziggehouden, was ook ditmaal de vertaalster. Begin 2016 mocht zij de Europese vertaalprijs 2016 in ontvangst nemen voor haar Duitse vertaling van het voornoemde boek. Op 28 juli van het afgelopen jaar overleed Crevoisier op 74-jarige leeftijd. Net had zij een nieuwe vertaling klaar, ‘Der Grosse Einlader’, naar ‘De Grote Onthaler’, die momenteel in de winkel ligt. Natuurlijk hoopt de uitgever op een grote doorbraak in de Duitstalige gebieden, zeker na de eerste succesvolle uitgave. In het langste avontuur uit het Bommel-epos verhaal 157 uit 1977 , een verhaal waarvoor Piet Wijn nog de potloodtekeningen heeft gemaakt (!), staat de vraag centraal of God de mensheid geschapen heeft naar zijn evenbeeld of dat het de mens is, die een God creëert die beantwoordt aan zijn normen. En: is het leven voorbeschikt? Een door olie-exploitatie rijk geworden persoon, die boven in een toren woont, deelt gulle gaven uit, gebakjes. Vier jaar eerder, in 1973, brak de energiecrisis in alle hevigheid los waarbij de productie verminderd werd, de olieprijs onrustbarend omhoog ging en vele westerse landen zelfs geboycot werden. Na allerlei wederwaardigheden denkt Heer Bommel er het zijne van: “Voortaan zal het weer veilig zijn in deze streken. Door een ingreep van boven heb ik een einde aan een ernstige misstand gemaakt, terwijl de jonge vriend (nb. Tom Poes) hier het van onderen deed…” De vertaling mag er ook nu weer zijn. Geniet bijvoorbeeld van: “Nun lag der Bahnsteig wieder verlassen in der Zugluft, die Dampfschwaden aus dem Tunnel sog,” of van: “Er nahm ein reichgefülltes Sahnehörnchen und kuschelte sich tiefer in die Kissen…” Echter, het is natuurlijk zo dat WIJ het een mooi verhaal, annex mooie vertaling kunnen vinden, maar belangrijker is wat de Duitssprekenden ervan vinden! Zij zijn de nieuwe bron, die de uitgever uit Leens met zijn o, zo goed verzorgde uitgaven poogt te bereiken. Daarom: “Es ist eine Empfehlung dieses Buch zu lesen!” Koos Schulte

Auteur

Brenda van Olphen