Schaatsenslijper Sipke Bosma (70) overleden

JOURE

De wereldberoemde schaatsenslijper Sipke Bosma (70) is in de nacht van maandag op dinsdag overleden. Volgens Arend Glas 'verliest de schaatssport een icoon op meer dan alleen materiaal gebied.' Fotograaf Douwe Bijlsma sprak twee weken daarvoor nog met hem over zijn toekomstplannen: 'Tijdens mijn laatste gesprek met hem twee weken geleden, spraken we nog over dat Sipke nog een keer met zijn zelfgebouwde racewagen op Assen wilde rijden. It wie moai dizze besûndere gewoane man te kennen.'

Hart van Nederland maakte drie jaar geleden een reportage over de 'schaatstovenaar van Joure'. Op 16 december 2009 had Egbert Algra een interview met deze legende in de schaatswereld. Het valt momenteel allemaal raar samen in het leven van Sipke Bosma. Uitgerekend op 30 november 2009, de dag dat hij zijn 40-jarig jubileum als zelfstandig ondernemer beleeft, moet zijn vrouw Metje een operatie ondergaan. Het betekent ook een streep door het programma dat schaatsenslijper Bosma voor deze winter in gedachten had. Voor het eerst zou hij ook met alle Worldcup wedstrijden als materiaalverzorger meegaan, maar dat kan nu niet doorgaan. Niet voor de Nederlandse schaatsers overigens. In 2005 kwam het tot een breuk met de KNSB, iets wat Bosma nog altijd dwars zit. Vooral het gebrek aan erkenning vanuit de schaatsbond steekt hem. Dit seizoen heeft de bondscoach van de Chinese ploeg Sijtje van der Lende, die als een rode draad door het leven van Bosma loopt, hem opgenomen in de begeleidingsstaf. Wel zal Bosma met de Chinezen naar de Olympische Spelen in Vancouver afreizen, het wordt de vierde keer dat de Jouster het vierjaarlijkse evenement zal meemaken. Op het moment dat Bosma zijn verhaal doet is het circus, zoals hij het noemt, in Calgary beland. De volgende halte zal Salt Lake City zijn. ‘Na Calgary krijg ik het materiaal per koerier thuis, dat wil zeggen de buizen. De schaatsers kunnen dat zelf monteren. Ik heb contact met de ijsmeester in Salt Lake gehad over de toestand van het ijs. Maandag lever ik het af bij TNT of ik breng het persoonlijk naar Schiphol’, zo legt Bosma uit. Zijn werkruimte in het voormalig boerderijtje aan de Dr. Wumkusstraat hangt vol met foto’s voorzien van handtekeningen en dankbetuigingen van vele schaatsers door de jaren heen. Bosma legt uit dat de toestand van het ijs de belangrijkste variabele is om rekening mee te houden. ‘De ijstemperatuur in Thialf is meestal 5,8 graden, in Hamar 12,1 en in Calgary -6. Heel verschillende omstandigheden die elk om een specifieke behandeling vragen.’ Waar de beste baan ligt, is volgens Bosma niet te zeggen. ‘Salt Lake heeft de naam. Ik verwacht veel van Alma Ata, waar ze de Medeo-baan aan het herstellen zijn.’ Bosma demonstreert dat het niet alleen om het slijpen gaat, maar ook om de juiste bending van de buizen. In het ene apparaat wordt op de buis gedrukt, in het andere op de lagers. Ook heeft hij vier verschillende soorten drukmeters om de toestand van het ijs te kunnen meten en minstens honderd verschillende slijpsteentjes. ‘Ik heb ooit een slijpmachine gekocht en die steeds verder doorontwikkeld. Omdat schaatsen een kleine sport is, wordt er door de industrie niet in machines geïnvesteerd. Toch zal het slijpen altijd handwerk blijven.’ KNSB Het begon allemaal toen Simon en Bert, de twee zonen van Sipke en Metje lid waren van STD. De schaatsclub uit Sint Nicolaasga zat verlegen om trainers. Als eis voor toekomstige trainers gold dat ze de Elfstedentocht moesten hebben volbracht. Dit had Sipke in 1985 gedaan. Toen Bosma een opleiding voor schaatstrainer op het CIOS volgde, schreef hij een scriptie over schaatsen slijpen. Zodoende werd hij door de KNSB in 1992 ontdekt. In 1998 ging hij voor het eerst mee naar de Olympische Spelen van Nagano. Bosma: ‘Het was uniek dat er een materiaalman meeging. Dat was nog nooit gebeurd. Toen ging er een crew van 22 man begeleiding mee. Dat is nu een vliegtuig vol.’ Na ook in 2002 mee te zijn geweest naar Salt Lake City kreeg Bosma in de aanloop naar de Spelen van 2006 in Turijn van Ab Krook te horen dat het niet vanzelfsprekend was dat hij mee zou gaan. ‘Hij zei dat ik de jongens nu zo wijs had gemaakt, dat ze het zelf wel konden. Ook had hette maken met een beperkt aantal accreditaties’, zo herinnert Bosma zich. Volgens Bosma heeft het er alles mee te maken dat hij geen wetenschapper is. Hij voelt zich door de KNSB miskend en gediscrimineerd. ‘Er lopen zoveel mensen die denken dat ze heel belangrijk zijn maar in feite totaal overbodig zijn. Dat zeg ik niet alleen, maar de schaatsers zelf ook. Bij de bond moet alles wetenschappelijk zijn onderbouwd. Ik heb alleen maar ambachtsschool, dus hoe zou ik het kunnen weten. Maar theorie en praktijk is een wereld van verschil. Bij de commerciële ploegen hebben ze nu iemand aangesteld die bewegingswetenschappen heeft gestudeerd. Die man is hartstikke duur. Ik zal niet zeggen wat hij per dag verdient. Slijpen kan hij echter niet, alleen buigen. De schaatsers komen nog steeds naar mij toe. Het erge is dat het nu stiekem moet. Ze brengen de schaatsen via de achterdeur, of bij mij thuis.’ Tot de schaatsers die hem nog steeds weten te vinden behoren Sven Kramer en Marianne Timmer. Bosma kent beiden al vanaf hun elfde. Bosma: ‘Ik herinner mij Marianne nog goed als jeugdig talent. Als pupil viel ze steeds.’ Bosma schrok zich rot toen hij Timmer op 13 november tijdens de World Cup in Heerenveen zag vallen. ‘Ik had haar schaatsen nog geslepen en geprepareerd. Het was een prachtige race geworden.’ Het is een uitzondering als Bosma een keer een race met eigen ogen kan aanschouwen. ‘In 25 jaar tijd heb ik praktisch geen wedstrijd gezien. Ik zit altijd van vroeg tot laat in de catacomben. Meestal ben ik er al om 6.00 uur ’s ochtends. ’s Avonds laat hoor ik dan van Metje hoe de uitslagen zijn. Wel kom ik altijd met bloemen thuis.’ Bosma zegt één slapeloze nacht te hebben gehad van de mededeling van Krook. ‘Ik herinner me nog dat Metje zei: nou, dan zullen we veel tijd krijgen’. Die voorspelling kon de ochtend na de boodschap van Krook alweer de prullenbak in, toen Bosma bij het openen van zijn mail een bericht aantrof van Peter Mueller, diehem graag bij de Noorse ploeg wilde inlijven. Klapschaatsen De spelen van 2006 vormden voor De spelen van 2006 vormden voor Bosma een hoogtepunt, wat mede werd veroorzaakt door Svetlana Zhurova die goud won op de 500 en Timmer op de 1000 meter, beiden op door Bosma geprepareerde schaatsen. ‘Ik heb toen met de hele wereldtop gegeten behalve met de Nederlanders. Ook ben ik toen voor het eerst in het Olympisch dorp geweest.’ Volgens Bosma moet de KNSB er voor waken dat ze nietté arrogant worden. ‘Ze creeren hun eigen probleem. Ik mag bijvoorbeeld geen stagebegeleider zijn omdat ik geen diploma’s heb. Floor van Leeuwen, coach van Marianne Timmer die al veertig jaar in het vak zit, moet op cursus. Het gevolg is dat heel veel trainers opstappen. Het zijn dure cursussen. Ik heb meer dan 400 trainers begeleid, er is geen tien procent van overgebleven. Je moet zowat eerst Nijenrode hebben gedaan, dan mag je misschien trainer worden. Waar wil je de lat leggen als organisatie? Zo schiet het zijn doel voorbij. Henk Gemser heeft daar ook voor gewaarschuwd. Neem bijvoorbeeld Egbert van ’t Oever, die had ook nooit wat geleerd. Ik heb gelukkig alleen met de schaatsers te maken, ik ben een soort vertrouwenspersoon voor ze. Het feit dat ik er ben geeft ze een rustig gevoel.’ Een ander punt waar Bosma zijn vraagtekens bij zet is het materiaal zelf. ‘De schaatsen zijn zó complex geworden. Je kunt je afvragen welk doel dat dient. In ieder geval dient het de commercie. De toppers krijgen alles, de subtop moet alles zelf kopen.Vroeger had je de ‘Special’ van Viking. Dat is de beste schaats die ooit is gemaakt. Rintje Ritsma heeft nooit lekker op klapschaatsen kunnen rijden. Sven zou eens een WK moeten winnen op houtjes, moet je eens zien wat er dan gebeurt. Iedereen kijkt naar wat de toppers hebben. Daarom komt Zandstra niet aan de bak, terwijl ze daar zeer enthousiaste mensen en fantastisch materiaal hebben, maar dat wordt geassocieerd met recreatief schaatsen. Mijn slijptafel is ook van Zandstra, maar dat staat er niet op, want dat wil men niet weten. Veel van mijn materialen laat ik maken door instrumentenmaker Veenstra hier in Joure. Dus veel wat mee de wereld rond gaat, komt hier uit Joure. Ze zien altijd wel dat er wat anders aan mijn apparatuur is, maar niet wat. Ik geef mijn kennis door, maar laat nooit het achterste van mijn tong zien.’ Sotsji Aan zijn werkzaamheden als auto- Aan zijn als automonteur en monteur van buitenboordmotoren komt Bosma in het schaatsseizoen maar amper toe. Ook de afwezigheid van Metje maakt het er niet eenvoudiger op. ‘De kapitein is van het schip. Het gaat hier altijd door, dat is zo gegroeid. Mijn vrouw kent iedereen en weet alles. Te zien aan het aantal kaarten dat Metje in het ziekenhuis heeft gekregen, zou je denken dat het om een bekende Nederlander gaat.’ Ook voor de Spelen in het Russische Sotsji wordt al volop om de gunsten van de Jouster gestreden. Bosma: ‘Svetlana Zhurova maakt deel uit van de ISU en het Russisch Olympisch comité. In Rusland is helemaal niets. Zhurova wil mij er in 2014 graag bij hebben.’ Maar ook de Japanner Shirahata die bondscoach gaat worden voor zijn land heeft zich bij Bosma gemeld. ‘Hij heeft mij een prachtige werkplaats met uitzicht op de baan in het vooruitzicht gesteld.’ Voorlopig heeft Bosma andere dingen aan zijn hoofd. Een dag eerder heeft hij te horen gekregen dat Metje de volgende dag van het UMCG in Groningen naar Tjongerschans in Heerenveen zal gaan, waarschijnlijk gevolgd door een revalidatieperiode in Beetsterzwaag. ‘Dan ben ik tenminste van dat gevlieg naar Groningen af. Maar het eerste jaar heb ik haar waarschijnlijk nog niet thuis. Ze heeft een goedaardige tumor in de hersenen. De eerste poging om die te verwijderen is mislukt. Dit zal later nog een keer worden geprobeerd. Ze is nu halfzijdig verlamd en zal weer moeten leren praten.’ Voor Bosma is het hele gebeuren een manier van leven geworden dat zijn leven het hele jaar door bepaalt. Ook het materiaal van de marathonrijders en skeeleraars wordt door Bosma onderhanden genomen,terwijl er tegenwoordig in sommige ijshallen ook zomers een periode ijs ligt. ‘Ik kan er wel een boek over schrijven, dat ga ik ook zeker nog een keer doen’, voorspelt Bosma, die ook nog trainer is bij schaatsclub de IJsster in Sneek. In veertig jaar tijd zijn Sipke en Metje maar één keer op vakantie geweest. Dit jaar zou Metje voor het eerst ook meegaan naar de Olympische Spelen. ‘Het was de bedoeling dat ze een week zou komen. Ze weet van niks, het was een verrassing. Ik zal haar maar niks vertellen.’

Auteur

Brenda van Olphen