‘Ze mogen later mijn as in een drankfles doen’

Joure

Het levenloze lichaam van de 67-jarige markante Jouster Nanne Klaas Hoekstra is in de sloot bij de Blaauwhoflaan in Joure gevonden. Hoekstra was een opvallende verschijning. Harry de Jong had in december 2014 een interview met hem over bier, de liefde en de dood.

Ze mogen later mijn as in een drankfles doen’ ,,Struikel niet over de spullen,’’ waarschuwt Nanne Klaas Hoekstra (66) bij de voordeur van zijn woning aan de Wytske Tademalaan in Joure. ,,Ik kan niets weggooien en het is hier dan ook net een museum.’’ JOURE - Hij heeft gelijk. De woonkamer, het gangetje en de keuken staan vol met spulletjes die het modale aanbod van een kringloopwinkel ruimschoots overtreffen. Lampen, stenen poezen, krantenknipsels, asbakken in alle soorten en maten, poppen, strijkijzers, de muren en tafels hangen en staan er letterlijk vol mee. Hoekstra manoeuvreert er behendig omheen. ,,Ik denk dat ik het van mijn tante heb. Die kon ook niets wegdoen.’’ Draaimolen Op tafel tingelt een zilveren draaimolen in zakformaat een vrolijk deuntje. Die tafel is enig in z’n soort: een glasplaat gesteund door keramische poten. Tegen de wand leunt een antieke oven, met daaronder grote brokken turf. Hoekstra trekt het deurtje lachend open en toont allemaal flessen drank. ,,Ja, ik ben gek op een borrel,’’ glundert hij. ,,Ik denk dat ik alcoholist ben, maar ik heb er helemaal geen moeite mee.’’ Om dat te bewijzen opent hij de tuindeur en wijst op een seringenboom die is volgehangen met bierblikjes en drankflessen. ,,De mooiste kerstversiering die ik kan bedenken,’’ oordeelt hij. De blikjes en flessen laten een vrolijk tikkend geluid horen in de stevige middagbries. ,,Man, dan had je vannacht moeten komen. Toen stormde het en maakten die dingen zoveel lawaai dat ik er niet van kon slapen.’’ Vrouw Hoekstra loodst ons de kamer weer in. Aan de lamp boven de tafel hangt een etui met nepgeld. ,,Nee, ik heb geen vrouw, ik kan in dit huis alles neerzetten zoals ik zelf wil. Ik slaap wel eens achter een warme kont, maar ik kan me niet binden. Nooit gekund. Als ik ergens in de kroeg zit en het is gezellig, dan blijf ik zitten. Maar als je een vrouw hebt, moet je thuiskomen. Niks voor mij.’’ Hoekstra is een vrij man en dat is altijd zo geweest. ,,Op m’n veertiende was ik al gek op een borrel,’’ onthult hij. ,,Toen deed ik bier in frisdrankflesjes zodat het niet opviel. Ik trok heel Europa door met kermissen. Daarna ben ik jarenlang in Duitsland blijven hangen. In Lubeck ben ik tijden bloemenverkoper geweest. En vervolgens trok ik naar Mull, waar ik huisschilder werd. Als iemand de rekening niet kon betalen, nam ik ook genoegen met een paar kratten bier.’’ Als de klokken der herinnering luiden, is het zondag in het hart. Dat geldt ook voor Hoekstra. ,,James Last speelde een keer met zijn orkest in een grote feesttent daar in de buurt. Ik ben toen met een paar borrels op met een bezem tussen zijn orkestleden gaan staan en deed of die bezem mijn gitaar was. Dat werd me niet in dank afgenomen. Maar ik kan achteraf toch maar mooi zeggen dat ik in de band van James Last heb gespeeld.’’ Uiteindelijk kwam Hoekstra weer in zijn geboorteplaats Joure terecht. Daar maakt hij zich naast talloze borreluurtjes in z’n ,clubhuis’ Het Tolhuis nuttig voor de samenleving. ,,Als het glad is en er ligt sneeuw, dan veeg ik de straat, of ik haal brood voor de konijnen van de buurt.’’ Hoekstra staat ’s morgens op met een flesje bier, daar maakt hij geen geheim van. ,,Van koffie op de nuchtere maag raak ik aan de diarree, ik moet eerst even een koude klets hebben,’’ lacht hij. ,,Ja, ik ben wel eens op een cursus stoppen-met-drinken geweest, maar daar ben ik snel weer mee gestopt. Ik werd er gek van. Help maar een ander, heb ik gezegd. Ik hoef niet geholpen te worden. Ik voelde me net een haas in een konijnenhok.’’ ,,Ik ben gelukkig zoals ik nu leef,’’ betoogt Hoekstra met een brede grijns en schenkt zichzelf nog maar eens een feestelijke borrel in. ,,Ik heb kind noch kraai en heb dus ook nergens zorgen over. Ik heb niks en dat is een prettig gevoel. Ik eet als ik zin heb. Bruine bonen, gebakken aardappelen, dat is voor mij een feestmaal en dat spul maak ik dan ook vaak voor drie dagen achtereen. Het spek haal ik heel goedkoop bij de Aldi.’’ Best gezond ,,Ja hoor, ik leef best gezond,’’ vindt Hoekstra. ,,Ik ben nooit ziek en hoef dus ook nooit naar de dokter. Als ik me niet goed voel, neem ik wel een borrel, ha ha. En trouwens, ik slik elke dag een paar Vitamine C tabletten.’’ De Jouster maakt zich er ook niet druk over dat zijn geheugen misschien wordt aangetast door zijn onstuimige alcoholconsumptie. ,,Ik kan niets vergeten,’’ glundert hij en laat trots een bierviltje zien met een gaatje in het midden. ,,Daar schrijf ik belangrijke dingen op die ik de volgende dag moet doen. Als ik ga slapen steek ik een van mijn brillenpoten door dat gat en leg het zo op mijn nachtkastje. Als ik ’s morgens wakker word, pak ik altijd het eerst mijn bril. En dan heb ik dus ook meteen het viltje in handen waar mijn belangrijke afspraken op staan.’’ Dood ,Ja, zo red ik me prima,’’ grinnikt Hoekstra met een triomfantelijke blik in de ogen. Tegen de dood ziet hij ook niet op. ,,Ze mogen na mijn dood al mijn lichaamsdelen gebruiken,’’ zegt hij genereus. ,,Als iemand wat aan mijn ogen heeft, ik sta ze graag af. Maar weet je wat ik graag zou willen? Als ik na mijn dood gecremeerd ben, moeten ze mijn as in een drankfles stoppen. En die kunnen ze dan rustig in het water gooien.’’ En om zijn woorden kracht bij te zetten, schenkt Hoekstra zich nog maar eens in. ,,Proost. Op een mooi en lang leven.’’ Harry de Jong

Auteur

Brenda van Olphen